T.C. Matic – Choco


T.C. Matic heeft met hun debuutalbum en opvolger L’Apache al een flinke reputatie opgebouwd in de lage landen als ze in 1983 Choco uitbrengen. De eerste twee platen laten in het alternatieve circuit een overweldigende indruk achter en resulteren in optredens op zowel Pinkpop als Werchter. De Belgische band besluit met hun derde album Choco een flinke stap voorwaarts te maken. Ha Ha refereert nog wel enigszins aan de eerste releases, maar illustreert tegelijkertijd het nieuwe pad dat bewandeld wordt. Rock uitgekleed tot op het bot, waarin het venijnige gitaarwerk van Jean-Marie Aerts optimaal tot zijn recht komt. Ook stappen ze uit het keurslijf van de New Wave. If You Wanna Dance is veel meer Rhythm and Blues dan alternatieve Wave. Met scheurende gitaren, achtergrondvocalen van Julia Loko en een heerlijk Hammond orgel presenteren ze een bijna swingend geheel. Call Me Up bevat een riff die je doet denken aan Hot Stuff van The Rolling Stones, maar daar houdt dan ook elke gelijkenis op. Wederom ontdaan van elke opsmuk. They Never Make You Laugh is bijna broeierig van spanning. Met L’Amour N’est Pas Avec Moi produceren ze een heuse ballad, maar dan wel opgefleurd met hakkerige gitaarklanken van Aerts. Putain Putain is ondertussen een klassieker geworden. Met de alom bekende Europese hymne er subtiel in verwerkt. Arrividerci Solo bevat een solo van Aerts die door zijn eenvoud door merg en been gaat. Eigenlijk is er gewoon geen wanklank te ontdekken op Choco. Dit album markeert het hoogtepunt van T.C. Matic. Opvolger Yé Yé slaat op vele punten de plank mis, waarna de band besluit ermee te stoppen. Gelukkig houdt Arno Hintjens de herinnering aan T.C. Matic levend door nog steeds klassiekers van deze band live te vertolken.

Zonen Met Vaders – Ogen Voor Een Andere Blik


Het feit dat het refrein van Kermis al na een enkele luisterbeurt in mijn hoofd geparkeerd staat, zegt veel over het debuut van Zonen Met Vaders. Ogen Voor Een Andere Blik is de eerste volwaardige plaat sinds de EP Open en Dicht twee jaar geleden en is illustratief voor de progressie die ze hebben geboekt. Zonen Met Vaders is een collectief uit Gent met zowel Nederlandse als Belgische roots. Vooral vocaal leidt deze mix tot een verrassend resultaat. Jeroen Boone en Maite Louisa zingen allebei in het Nederlands. Jeroen met een Vlaamse tongval en aan Maite kunnen we horen dat ze uit Nederland komt. Juist die combinatie valt bij eerste beluistering meteen op en zorgt voor een aangenaam duel. Het gebruik van een divers palet aan instrumenten levert zowel subtiliteit als fijnzinnige bombast op. De ene keer hoor je knisperende elektronika in combinatie met trompet, hoorn en saxofoon. Dan weer krijgt de gitaar een grotere rol of vormt een stille piano de basis voor een ingetogen ballade. Ik heb het dan respectievelijk over Coxyde/Koksijde, Tandeloze Tovenaar en afsluiter Team A. Vooral het instrumentale einde van Team A is indrukwekkend en doet dankzij het repeterende karakter in combinatie met de blazers denken aan het vroege solowerk van Mick Karn. De liedjes zijn zo opgebouwd, dat je niet om de teksten heen kunt. Soms abstract en mysterieus, dan weer enorm beeldend. Op een fundament van muzikale afwisseling, zorgen ze voor de rode draad. Je waant je tijdens de beluistering virtueel op het strand. In gedachten zie je de lichtjes van de kermis. Zinsnedes die je aan het denken zetten. Ik weet het wel, maar ik zeg niets. Ik tel de spaken van mijn fiets. Het is alweer een tijdje geleden dat ik zo onder de indruk was van een Nederlandstalige release.

Chantal Acda – 20191123


Onlangs brengt Chantal Acda Pūwawau uit. Een plaat waarop ze opnieuw weet te verrassen en te overtuigen. Mede dankzij de door Valgeir Sigurðsson gearrangeerde vocalen. Tegelijkertijd tourt ze door Nederland en België. Vanavond doet ze het theater in Tilburg aan. Als het licht dooft, komen Eric Thielemans en Laurens Smet het podium op. Vervolgens horen we in het donker slechts de stem van Josse de Pauw. Na een korte stilte worden de vocalen van Tuhinga ingezet. Van achter uit de zaal komen Acda en de vocalisten richting het podium gelopen. Door de aankleding en de posities die de leden van de band bewust innemen, zowel voor als achter het projectiescherm, is dit veel meer dan een concert. Dit is een performance. Met de prachtige muziek van Chantal Acda in de hoofdrol. De Pauw knoopt de hele avond de nummers aan elkaar door een boodschap te verkondigen. Horend bij de plaat en passend bij Chantal Acda. We zijn als mens vervreemd van onze omgeving en de natuur. De composities van Pūwawau maken live nog meer indruk. Vooral vanwege de extra dynamiek en het weglaten van het uitgebreide instrumentarium dat wel op de plaat te horen is. Chantal Acda staat zelfverzekerd op het podium. Hier en daar wisselt ze een glimlach uit met haar collega’s. Tevreden over de uitvoeringen. Afsluiter Tumananko wordt uiteindelijk het hoogtepunt van de avond. Chantal en haar collega’s staan niet op, maar voor het podium. In een enkel nummer lijkt Acda iedereen in het publiek aan te kijken. We can see you staring at us. Vervolgens neemt ze ontroerd het applaus in ontvangst. Slechts een klein uur mochten we ons in haar muzikale universum begeven, maar de tevredenheid overheerst. Een toegift afkomstig van een ouder album had deze magie vooral teniet gedaan.

Setlist:

  1. Tuhinga
  2. Marama
  3. Taranga
  4. Waiata Tamariki
  5. Puoro
  6. Tumanako

Yuko – 20191116


Als Yuko aangekondigd wordt voor de negende editie van Made in Belgium in Gebouw-T, besluit ik om kaartjes te kopen. Jaren geleden ontdek ik ze tijdens Leffingeleuren. Sindsdien ze helaas niet meer live gezien. Wel altijd trouw hun platen blijven kopen. Willem Jongenelen introduceert kort de optredende bands en kondigt aan dat dit het laatste concert van Yuko in Nederland gaat worden. Na tien jaar houdt de band het voor gezien. Ze spelen na opener Dead Man Ray op het Zuiderburen Podium. Het vroegere De Botte Hommel. Helaas hebben ze maar een half uur gekregen. Wat mij betreft veel te weinig voor zo’n afscheid. Opvallend veel mensen nemen de moeite om naar de tweede zaal te komen. Net als de vorige keer in Leffinge sta ik bijna vooraan en herken ik meteen de typische stijl van zanger Kristof Deneijs. Totaal opgaand in de muziek met een enorme dynamiek in de vocalen. Soms bijna fluisterend. Dan weer zachtjes schreeuwend. Nog steeds is het moeilijk om een labeltje op hun muziek te plakken. Elementen uit de Folk en de Post-Rock worden vermengd tot een geheel eigen stijl. Het doet me denken aan de definitie die Deneijs ooit zelf aan de muziek gaf. Dance voor in de huiskamer. Toetsenist Brecht Plasschaert speelt gedurende het optreden een subtiele hoofdrol. Zo drukken de Russisch klinkende vocalen die hij tijdens Or Dive uit zijn keyboard tovert een stempel op de sfeer van dat nummer. David Broeders geeft een nieuwe dimensie aan het begrip talking drum, door zijn trommels zowel met zijn handen als met stokken te bespelen. Gezamenlijk zorgt de band ervoor dat ik een half uur lang op mag gaan in hun aangename, muzikale universum. Aan het eind van het concert blijkt dat ik toch een laatste release van ze gemist heb. Met die aankoop in de hand, neem ik afscheid van een unieke band. Jammer dat ze ermee stoppen.

Whispering Sons – Image


Drie jaar geleden wint het uit Brussel afkomstige Whispering Sons Humo’s Rock Rally. Daarna maken ze indruk met de EP’s Whispering Sons en Endless Party. Eind vorig jaar brengen ze hun debuutalbum Image uit. In het verlengde van deze release touren ze door heel Europa en staan ze op de affiche van menig popfestival. Whispering Sons borduurt nadrukkelijk voort op de revival van de Post-Punk. Hun aanpak is bijna puristisch te noemen. Toch weten ze door de toevoeging van een extra donker randje een authentiek geluid te creëren. Mede dankzij de donkere en soms ietwat luguber klinkende vocalen van Fenne Kuppens. Het uptempo karakter van de composities zorgt ervoor dat de band een gejaagdheid uitstraalt die enorm prettig in het gehoor ligt. Het pulserende basspel van Tuur Vandeborne dicteert de snelheid. Waar ze in het verleden nogal eens gebruik maakten van drumcomputers, hoor je dit keer echte drums. Dat bevordert de frisheid en de dynamiek enorm. De roffelende drums in Got a Light bewijzen het gelijk. De gitaren van Kobe Lijnen karakteriseren de sound van Whispering Sons. Heel knap hoe hij door ondersteunend te zijn, juist de hoofdrol weet op te eisen. Sowieso klinkt de plaat voortreffelijk. De productie van Micha Volders zal daar ongetwijfeld debet aan zijn. Wellicht heeft de band dankzij het succes van de afgelopen jaren wat extra studiotijd in kunnen kopen. Drie kwartier lang lijk je je als luisteraar op een voortdenderende trein te bevinden. Alleen Skin en Waste vormen even een rustpunt. Afsluiter No Image kondigt definitief het einde van de reis aan door flink af te remmen. Nergens is er een tegenvallend moment te bekennen op dit voortreffelijke debuut. Het doet je afvragen hoe ze dit een vervolg gaan geven.