I.M. Gabi Delgado-López


Blijkbaar mis ik zaken tijdens deze lockdown. Zo verneem ik pas vandaag dat afgelopen week Gabi Delgado-López van Deutsch Amerikanische Freundschaft is overleden. Bijna veertig jaar geleden maakt D.A.F. furore met een mix van elektronika, drums en zang. Het nummer Goldenes Spielzeug is voor mij de eerste kennismaking met de band. Het zorgt ervoor dat ik Alles Ist Gut en Gold und Liebe tegelijkertijd aanschaf. Als recalcitrante puber houd ik van Verschwende Deine Jugend en Der Mussolini, maar kan ik ook de subtiliteit van Ich und Die Wirklichkeit en Greif Nach den Sternen waarderen. Met vrienden zorgen we tijdens carnaval zelfs voor een alternatieve polonaise door luidkeels Der Räuber und Der Prinz te zingen. Via deze eerste releases ontdek ik ook hun vroegere werk. Die Kleinen und Die Bösen klinkt aanvankelijk vooral als een experimentele demo, maar Osten Währt am Längsten laat met terugwerkende kracht horen welke route ze uiteindelijk zullen gaan bewandelen. Na Für Immer, met het indrukwekkende Kebab Träume, is de koek op. Na een lange periode van stilte brengen ze in 2003 een nieuw album uit. Het leidt tot hernieuwde belangstelling voor het Duitse duo. Acht jaar later gaan ze zelfs opnieuw optreden. Ook ik bezoek ze tijdens die tour. Delgado brengt als vanouds zijn kernachtige teksten. Met de kenmerkende, bezeten blik. Alsof hij preekt. Nog steeds een indrukwekkende persoonlijkheid op het podium. Tussen de nummers door is hij de vriendelijkheid zelve. Een mooi contrast. Deutsch Amerikanische Freundschaft is bij aanvang een curiositeit. Terugkijkend zijn ze hun tijd ver vooruit en drukken ze hun stempel op de latere Dance en Techno. Met dank aan Gabi Delgado-López.

I.M. Neil Peart


Als tiener ontdek ik Rush dankzij het integraal uitgezonden concert van hun optreden op Pinkpop in 1979. Sindsdien volg ik de band met meer dan gemiddelde interesse en worden al hun platen aangeschaft. Ook het materiaal van voor die periode wordt beluisterd en goed bevonden. In de loop der jaren bewonder ik vooral het feit dat ze niet blijven hangen in oude stramienen. Ze weten verder te evolueren door bijvoorbeeld meer synthesizers toe te laten. Moving Pictures en Signals zijn wat dat betreft illustratief. Ook hoeven de nummers niet meer per sé een plaatkant te omvatten. In al die jaren groei ik mee met de band en is er geen enkel album dat mij teleurstelt. Uiteraard heb ik mijn voorkeuren, maar ik blijf het bewonderenswaardig vinden hoe de band zich ontwikkelt. Neil Peart heeft daarin een hoofdrol. Niet alleen vanwege zijn virtuoze drumpatronen, maar ook dankzij de tekstuele bijdragen. De meeste lyrics zijn namelijk door hem geschreven. Op albums als 2112 en Hemispheres maken die een enorme indruk. Uiteindelijk zie ik de band een aantal keren live, waarbij steeds de rol van Peart opvalt. Persoonlijk gezien heeft hij nogal wat tragedies achter de rug, vanwege het overlijden van zijn vrouw en dochter. Het zorgt voor een pauze met betrekking tot Rush. Na twee jaar pakt hij de drumstokken weer op, maar uiteindelijk kondigt hij in 2015 zijn pensioen aan om meer tijd met zijn nieuwe gezin door te gaan brengen. Of dat ook met zijn ziekte te maken heeft, is dan onduidelijk. De muziekwereld verliest een begenadigd muzikant. Zijn drumsolo’s waren immer fenomenaal, maar uiteindelijk wordt de essentie van zijn kwaliteit het beste geïllustreerd door de subtiliteit van zijn drumwerk in La Villa Strangiato.

I.M. Mark Hollis


Terwijl ik de berichten op Twitter aan het doornemen ben, komt er een tweet van Matt Johnson van The The voorbij. Mark Hollis van Talk Talk is overleden op 64-jarige leeftijd. In shock ga ik op zoek naar bevestiging. In eerste instantie vind ik die niet, maar al gauw zie ik een officieel bericht vanuit de familie. Net als bij de dood van Mick Karn, raakt het me. Mede dankzij de muziek van Talk Talk ben ik muzikaal volwassen geworden. Terwijl ik luister naar zijn enige soloplaat, gaan mijn gedachten terug naar de jaren tachtig. Vanaf het begin wordt het etiketje New Romantic op de muziek van de band geplakt. De eerste keer dat ik ze op de radio hoor, trek ik vooral de vergelijking met de Art Rock van Roxy Music. Dat Talk Talk veel potentie in zich heeft, bewijzen ze met nummers als My Foolish Friend en het latere Tomorrow Started. The Colour Of Spring kondigt het begin van een stijlwisseling aan, die uiteindelijk tot volle glorie zal komen op Spirit Of Eden. Nog steeds mijn favoriete plaat. Alsof ze eigenhandig de Post-Rock aan het uitvinden zijn. Vele liefhebbers van het eerste uur zijn dan al afgehaakt. De plaat is te experimenteel. De pers is unaniem lovend, maar de verkoopcijfers vallen tegen. Laughing Stock is het logische vervolg en meteen ook het laatste wapenfeit van de band. Eind jaren negentig brengt Mark Hollis in zijn eentje een titelloos debuut uit. Nog steeds is de ingetogenheid troef. Dit keer met veel ruimte voor de piano. Stiekem hoopte ik nog op een vervolg. Ondanks zijn afscheid van de muziekwereld. Dat zal er helaas niet meer van komen. Gelukkig laat hij genoeg moois na. Op dit moment twijfel ik of ik me op moet laten vrolijken door de hilarische clip van Such a Shame, of dat ik me stort in een poel van melancholie door Spirit Of Eden op te zetten. Ik denk dat ik allebei maar ga doen.

I.M. Rick Parfitt


De lijst met hen die ons ontvielen dit jaar, was blijkbaar nog niet lang genoeg. David Bowie, Prince, Keith Emerson, Leonard Cohen en noem ze allemaal maar op. Zojuist krijg ik een melding op mijn telefoon dat Rick Parfitt van Status Quo is overleden. Medisch gezien niet verrassend. De man heeft in de loop der tijd een aantal zware hartaanvallen en keelkanker overleefd en trad al een tijdje niet meer met de band op. Toch verrast het nieuws je. Status Quo teert de laatste jaren nadrukkelijk op de roem die ze in hun beginjaren verwerven. Hierdoor ben ik jaren geleden al afgehaakt. Alhoewel de kerstsingle It’s Christmas Time me in 2008 nog enorm positief verrast. Als ik als jochie dankzij David Bowie de muziek aan het ontdekken ben, koop ik in eerste instantie vooral verzamelaars. Daar staan namelijk alle singles op die ik graag zou willen hebben. De eerste plaat van een artiest die ik koop, is Blue For You van Status Quo. Vooral vanwege Rain. Geschreven door Rick Parfitt. De eerste keer dat ik het nummer op de televisie zie, ben ik bij opa en oma. Van hen mag ik naar Toppop kijken. Rain is flink gestegen. Naar de vijfde positie. Ik verwacht dus dat ze dat nummer wel uit zullen zenden. Dit blijkt het geval te zijn. Terwijl mijn moeder, opa en oma zich nestelen in de eetkamer, positioneer ik me voor het beeldscherm. Ik herinner me nog dat mijn opa het best wel heftige muziek vindt. Hij zegt het met een glimlach omdat hij geniet van mijn liefde voor muziek. Status Quo en harde muziek. Je kunt het je nu niet meer voorstellen. Dankzij dat ene nummer van Parfitt ontdek ik later ook al hun andere klassiekers zoals Roll Over Lay Down en Down Down. Uiteindelijk wordt That’s A Fact van Blue For You mijn favoriet. Thanks Rick. Voor die mooie voetnoot in de soundtrack van mijn leven.

I.M. Leonard Cohen


David Bowie zorgt ervoor dat mijn latent aanwezige interesse voor muziek definitief gewekt wordt. Vanaf het moment dat ik Fame hoor, ga ik voor het eerst serieus naar muziek luisteren. Mijn allereerste muzikale herinnering dateert echter uit een eerdere periode en is gekoppeld aan Leonard Cohen. In de jaren zestig weet hij met zijn fijnzinnige composities vele huiskamers binnen te dringen. Ook die van mijn ouders. Op de bandrecorder komen regelmatig de liedjes voorbij die hem in die tijd de eerste faam bezorgen. Een ervan blijft me bij, maar het is pas jaren later dat ik weet te achterhalen om welk nummer het gaat. So Long Marianne. Deze ontdekking zorgt voor de aanschaf van een verzamelaar waarop al zijn vroegste successen staan. Ik kom erachter dat hij nog veel meer moois heeft gemaakt. Bird On The Wire en Hey, That’s No Way To Say Goodbye. Mijn favoriet blijft Famous Blue Raincoat. Tot op de dag van vandaag krijg ik kippenvel als ik ernaar luister. Gedurende de jaren blijf ik hem met interesse volgen. Met composities als Everybody Knows, Dance Me To The End Of Love, Night Comes On en Hallelujah weet hij het hoge niveau van zijn beginjaren te evenaren en te overtreffen. In de kern is ook First We Take Manhattan een heerlijke compositie. De voor die tijd typerende productie leidt helaas te veel af. Jennifer Warnes zal er met haar uitvoering voor zorgen dat er meer recht wordt gedaan aan het nummer. Ondanks het enorme gemis van zijn typerende stem. Recent brengt Cohen You Want It Darker uit. Een plaat die louter lof oplevert. Die ik nog niet heb kunnen beluisteren. Waarop hij zich bewust is van het naderende einde. Hineni, Hineni. I’m ready My Lord.