Tin Fingers – 20180407


Tin Fingers komt uit Antwerpen en maakt muziek die het beste te typeren valt als swingende Art Rock aangevuld met elektronika. De EP No Hero uit 2017 is, naast de cassette Rooms On Rooms, tot nu toe hun enige wapenfeit. Vanaf het moment dat de soundcheck overgaat in het reguliere concert, manifesteert zanger en gitarist Felix Machtelinckx zich als de ietwat recalcitrante frontman die de aandacht op wenst te eisen. De fotograaf van dienst wordt over zijn bol geaaid na het eerste nummer, waarna de zanger aangeeft dat hij een band met hem heeft. Dit ritueel zal hij nog enkele malen herhalen. Later springt hij van het podium en zoekt hij fysiek contact met de zaal. Sommigen ondergaan dit lacherig, anderen nemen daardoor juist wat meer afstand. Hier en daar voel je het ongemak. De muziek is continu van zeer hoge kwaliteit, maar bevat diezelfde spanning en dynamiek. Zowel broeierig als onderkoeld. In Finally Feeling Alone eisen bij aanvang de met galm doordrenkte gitaren de hoofdrol op, waarna het nummer via het refrein transformeert naar welkome dansbaarheid. Kenmerkend voor de muziek van Tin Fingers. Single Young Mother heeft dezelfde aanstekelijkheid en nestelt zich in je hoofd. In Swim zorgt het middenstuk met synthesizers voor een mooie brug richting de swingende riffs op gitaar. €€ zorgt voor een rustpunt gedurende het optreden. Hetzelfde doet de cover van Fleetwood Mac’s Everywhere. Op de verkeerde manier. Deze traag uitgevoerde versie hadden ze beter achterwege kunnen laten. Boy Boy is een van de hoogtepunten. Opnieuw enorm catchy met een refrein dat zich acuut in je hoofd nestelt, waardoor je na het optreden meteen naar de merchandise rent om No Hero aan te schaffen. Tin Fingers is dé verrassing van deze editie van Ik Zie U Graag.

Setlist:

  1. Wheel Arch
  2. Tropical
  3. Wild
  4. Boy Boy
  5. Finally Feeling Alone
  6. She
  7. Everywhere
  8. €€
  9. Young Mother
  10. Swim

Tjens Matic – 20180223


De eerste stappen op weg naar bekendheid zet Arno Hintjens met Tjens Couter. Het uiteenvallen van de band leidt tot het ontstaan van T.C. Matic, waarbij de eerste letters nog aan het verleden herinneren. In hun relatief korte bestaan leveren ze vier albums op. Midden jaren tachtig gaat Arno solo verder. De aankondiging van een tour onder de naam Tjens Matic, een samentrekking van Tjens Couter en T.C. Matic, lijkt in eerste instantie louter bedoeld voor de nostalgisch ingestelde concertbezoekers. Toch zijn er in The Mezz ook jongere bezoekers te zien. Vanavond wordt het wat stevigere materiaal van bovengenoemde bands gespeeld. Opener Being Somebody Else laat de tot op het bot uitgeholde Rock van Choco horen. Perfect om mee te starten. Speciaal voor deze trip down memory lane hebben de heren een nieuwe single opgenomen. Middle Finger. Een van de mindere nummers deze avond. Arno is opvallend goed bij stem. Dat is in het verleden wel eens anders geweest. Nummers als Oh La la la, Viva Boema, Que Pasa en The Parrot Brigade staan eerder ook al wel eens op de setlist. Vanavond is het vooral bijzonder om tracks als Le Java, Ha Ha en Middle Class and Blue Eyes weer eens live te horen. Tussendoor vertolkt de band ook het wat minder bekende werk van Tjens Couter. Sporadisch mis je de keyboards van Serge Feys en de vertolking van Arriverderci Solo ontbeert het subtiele gitaarwerk van Jean-Marie Aerts. Voor de rest is het genieten van ouderwetse door Rock geïnspireerde muziek uit vervlogen tijden. De gehele avond praat Arno op zijn karakteristieke wijze de nummers met grappen, grollen en observaties aan elkaar. Met Putain Putain eindigt de reguliere set, waarna Bye Bye Until The Next Time het ietwat korte concert definitief afsluit.

Setlist:

  1. Being Somebody Else
  2. Cook Me
  3. The Milkcow
  4. Que Pasa
  5. Middle Class & Blue Eyes
  6. Dance With Me
  7. No Job No Rock
  8. Living On My Instinct
  9. The Parrot Brigade
  10. Le Java
  11. Viva Boema
  12. Give Me What I Need
  13. Arrivideci Solo
  14. Middle Finger
  15. Forget the Rest, Take the Best
  16. Oh La La La
  17. Meet The Freaks
  18. Putain Putain
  19. Ha Ha
  20. Bye Bye Till The Next Time

Tekst: Luistertips
Fotografie: Danny Willems

BRNS – 20150425


Omdat Bed Rugs heeft afgezegd, wordt op het laatste moment BRNS toegevoegd aan de affiche van Ik Zie U Graag. Het festival in de Mezz dat jaarlijks de Belgische muziekscene in de schijnwerpers zet. Geen slechte keuze. Het kwartet uit Brussel is namelijk verantwoordelijk voor een van de hoogtepunten van het weekend. Drie jaar geleden debuteren ze met Wounded en eind vorig jaar brengen ze opvolger Patine uit. Ze trappen af met Void. Meteen duidelijk makend wat hun muzikale kompas is. Artistieke Pop vermengd met vleugjes Post-Rock en Indie. Hier en daar hoor je wat gelijkenis met Mew en Alt-J. Dankzij de verrassende wendingen en tempowisselingen demonstreren de heren dat ze vanuit eigenzinnigheid graag buiten de lijntjes kleuren. Omdat BRNS voor velen een grote onbekende is, merk je dat zowel de band als het publiek elkaar in het begin nog wat aan het aftasten zijn. Die schijnbare afstand overbruggen ze snel. Door de kwaliteit van het gebodene wordt het publiek steeds enthousiaster. Het toenemende applaus laat enorm veel waardering horen. Terecht. BRNS zet een overtuigend optreden neer, waarbij zowel oud als recent werk aan bod komt. Vocalist en drummer Timothée Philippe creëert inventieve ritmes. Heerlijk contrasterend met het subtiele gitaarwerk van Diego Leyder. Het uitgebreide instrumentarium kleurt het muzikale palet verder in. Belletjes. Reversed loops. Xylofoon. Noem maar op. Voor het intro van My Head Is Into You hanteren ze een melodica. Allemaal extra accenten die de composities naar een hoger niveau tillen. In Behind The Walls valt bovendien op dat de heren ook qua samenzang tot hele mooie dingen in staat zijn. Een van de mooiste verrassingen tijdens deze editie van Ik Zie U Graag.

Goose – 20110319


Een week voor aanvang besluit ik, op haar verzoek, nog kaartjes te kopen voor het concert van het Belgische Goose in The Mezz. Uiteindelijk blijkt het op de dag zelf helemaal uitverkocht te zijn. We hebben dus mazzel gehad. Als we het blaadje van The Mezz bekijken, zien we dat er geen voorprogramma is en dat Goose betiteld wordt als Daverende Elektro Rock. Aan de instrumenten op het podium te zien, lijkt de nadruk vooral op Elektro te liggen. Veel keyboards en synthesizers. In 2007 zagen we ze al eens in The Marquee op Rock Werchter, wat aanleiding was voor de aanschaf van hun eerste album Bring It On. Opvolger Synrise is eind vorig jaar uitgebracht en bevat ondertussen al drie singles. Synrise, Can’t Stop me Now en Words. Vooral in België dikke hits en regelmatig te beluisteren op Studio Brussel. Om kwart voor 10 trappen de heren af. In het begin lijken de bassen nog wat te hard afgesteld te staan, maar dat euvel is snel verholpen. Wat volgt is een kolkend optreden met veel heftige beats en een band die het publiek aanspoort om vooral uit hun dak te gaan. Zowel nieuw als oud werk passeren de revue, maar de nadruk ligt uiteraard op hun meest recente release. Berlijn gisteren was top. Jullie hier in Breda zijn super, meldt de zanger gedurende het optreden. Na amper drie kwartier nemen de heren afscheid van een uitzinnig publiek. Verbaasd kijken we elkaar aan. Is dit het? Gelukkig komt de band nog terug om een lange uitvoering van Words ten gehore te brengen. Daar blijft het bij. Als een razende storm kwam Goose voorbij en overwon. Kort, maar krachtig. Misschien draagt juist deze duur van het optreden bij aan de impact ervan. Daarom ook een korte recensie van een net zo lang, maar niet minder indrukwekkend concert.

Agnes Obel – 20110116


Alhoewel haar plaat Philharmonics nog geen half jaar geleden is uitgebracht, verspreidt het nieuws van haar kwaliteiten als muzikant en als componist zich als een lopend vuurtje. Het zorgt ervoor dat al haar concerten in Nederland in no time uitverkocht zijn. Ook in The Mezz. Iets na half 9 komt Agnes Obel samen met Anne Ostsee het podium op. Meteen vanaf het begin valt op dat de cello deze avond een prominentere plek krijgt in de arrangementen. De donkere, melancholische tonen geven haar muziek daardoor een extra dimensie. Ook vanwege de intieme setting. In eerste instantie is er weinig van te merken dat Agnes Obel herstellende is van een griepje. Naarmate het concert vordert, laat ze het aankondigen van de liedjes over aan Anne. Op Philharmonics hoor je hier en daar nog wat verstilde elektronische beats. Die blijven deze avond achterwege. In het begin nemen de dames wat beduusd het applaus in ontvangst en is het nog zoeken naar wat ze precies zullen gaan zeggen tussen de nummers door. De stiltes zijn daardoor weleens ongemakkelijk. Het contrast tussen de musicerende en pratende Agnes Obel is groot. Tijdens Riverside denk ik heel even dat haar stem het gaat begeven. Ze heeft er zichtbaar moeite mee. Later moet ze zelfs een aantal regels laten schieten omdat ze de hogere regionen niet aankan. Als vervolgens ook de geluidstechnicus niet in de gaten heeft dat het volume van de microfoon veel te hard staat, ben ik even bang dat het concert als een nachtkaars uit zal gaan. Gelukkig is dit niet het geval. De dames herstellen zich wonderbaarlijk. Close Watch van John Cale wordt, door de toevoeging van dreigende klanken op cello, het hoogtepunt van de avond. Nadat het laatste lied gespeeld is, komt Agnes nog een keer terug om twee nieuwe composities te spelen. Na ruim een uur is het optreden voorbij. Een staande ovatie rest nog.