Vangelis – Spiral


De muziek van Vangelis wordt nogal eens verafschuwd. Vanwege zijn Conquest Of Paradise, Chariots Of Fire en de vele ‘muzak’ die hij geproduceerd heeft. Dat hij daarnaast verantwoordelijk is voor de prachtige soundtrack van Blade Runner wordt dan gemakshalve vergeten. Tijdens de hoogtijdagen van de sequencer brengt hij bovendien het indrukwekkende Spiral uit. Op dat moment heeft Chriet Titulaer de eerste tonen van de plaat nog niet gebruikt voor Wondere Wereld. Dervish D is nog onbekend als intro voor een programma van Felix Meurders en To The Unknown Man vrolijkt nog niet elke reportage van de aktualiteitenrubrieken op. In 1977 klinkt Spiral futuristisch en verfrissend in een elektronisch landschap dat vooral gedomineerd wordt door Tangerine Dream, Klaus Schulze en Jean Michel Jarre. Drie jaar geleden is Spiral opnieuw uitgebracht. Geremastered. Helaas maakt Vangelis gedurende het proces dezelfde fout die Edgar Froese van Tangerine Dream al jaren maakt bij het opnieuw uitbrengen van zijn platen. Hij luistert naar zijn muziek met de oren van nu. Zo wordt er aan bijna iedere track extra reverb toegevoegd. In 3 + 3 is het zelfs zo erg dat het lijkt alsof je in een grote hal staat. Absoluut geen verbetering. Bovendien iets dat de luisteraar ook zelf via een equalizer kan regelen. Spiral is zelfs ingekort. De overgang van het intro naar het hoofdthema mist elf seconden. Niet onoverkomelijk, maar in eerste instantie enorm bevreemdend. Ballad daarentegen klinkt zoals het hele album had moeten klinken. Lekker opgepoetst. De gedigitaliseerde vocalen heerlijk verfrissend vooraan in de mix. Gebruikmakend van betere technieken, maar met respect voor het origineel. Uiteindelijk is het te weinig om deze recensie met een goed gevoel af te sluiten.

U2 – Songs Of Innocence


Vol verbazing kijk ik naar mijn afspeellijst in iTunes. Ik zie daar ineens een nieuw album van U2 staan. Songs Of Innocence. Ik zou de plaat een paar dagen geleden gekocht hebben. Toch bevinden de tracks zich nog in de cloud en moet ik alles eerst downloaden. Ik kan het me niet herinneren. Daarom eerst maar even uitvinden wat er aan de hand is. Na enig zoekwerk blijkt dat Apple en U2 de handen ineen hebben geslagen. Gekoppeld aan het event waar de nieuwe iPhone is gepresenteerd, verspreiden ze gezamenlijk een release met nieuwe nummers van de band. Het lijkt wel spam. Ik heb er tenslotte niet om gevraagd. Sowieso al raar dat een band met een voorman die als wereldverbeteraar nogal een uitgesproken mening heeft, zich ineens aan een campagne van Apple verbindt. Ondanks mijn aanvankelijke ergernis, besluit ik het nieuwe werk een kans te geven. Er is een lichtpuntje. Slechter dan No Line On The Horizon is Songs Of Innocence niet geworden. De hoop dat ze zichzelf weer een keer opnieuw uitgevonden hebben, zoals ten tijde van The Unforgettable Fire en Achtung Baby, vervliegt al snel. Wereldschokkend en vernieuwend is het niet. Songs Of Innocence klinkt vooral als een band die al een aantal jaren op de automatische piloot muziek maakt en slechts in nummers als Iris, Song For Someone en The Miracle nog enig enthousiasme bij de luisteraar kan mobiliseren. Uiteindelijk weten ze aan het eind nog enigszins te verrassen met The Troubles. Mede dankzij de hulp van Lykke Li. Er zit dus wel wat verbetering in en op zich is Songs Of Innocence best aardig geworden, maar er staan te veel losse flodders op om echt te overtuigen. Voorlopig blijft het dus wachten op een goede opvolger van All That You Can’t Leave Behind.

Sinead O’Connor – I’m Not Bossy, I’m The Boss


Sinead O’Connor verrast twee jaar geleden met de release van How About I Be Me. Persoonlijk is ze er op dat moment niet al te best aan toe. Ze schrapt een complete tournee. Vervolgens wordt het opvallend stil. In alle rust werkt ze aan zichzelf en aan nieuwe muziek. Het resultaat is I’m Not Bossy, I’m The Boss. Flink afgevallen en zelfverzekerd prijkt ze op de hoes. Met dank aan Photoshop. Op de eerste single Take Me To Church neemt ze zowel tekstueel als visueel afscheid van de persoon die begin jaren negentig Nothing Compares To U van Prince covert. Ze wil niet meer op die manier zingen en wil niet langer dat huilende meisje zijn. Alsof ze een wedergeboorte aankondigt om zo het verleden van zich af te schudden. Iedereen wordt opgeroepen om kennis te maken met de nieuwe Sinead O’Connor. Waar ze vroeger vooral uitblinkt in het creëren van dynamiek en spanning, lijkt deze plaat nogal wat eentonig. Ze richt zich vooral op het creëren van gemakkelijk in het gehoor liggende liedjes. Uiteindelijk voegt ze er door haar stem en de kritische teksten wel een scherp randje aan toe, maar de krachtige vocalen die we kennen van composities als Troy en The Last Day Of Our Acquaintance worden node gemist. Ook valt op dat Sinead in de meeste nummers vocaal met zichzelf een duel aangaat door structureel een tweede stem op de achtergrond te positioneren. Niet nieuw, maar nu verbergt het bijna op het gehele album de schoonheid en authenticiteit van haar stem. Totdat we bij Streetcars zijn aanbeland. Een prachtig ingetogen lied, waar je luistert naar de vrouw die ons jaren geleden weet te ontroeren en te verrassen met haar vocalen in combinatie met ingetogen arrangementen. Het is helaas niet voldoende om van een geslaagde plaat te kunnen spreken.

Yes – Heaven & Earth


Met albums als Fragile, Close To The Edge en Going For The One domineren de mannen van Yes het genre van de Progressive Rock in de jaren zeventig. Een decennium later vindt de band zichzelf opnieuw uit en bestormen ze de charts met 90125. Sindsdien zijn ze hoofdzakelijk in het nieuws als er weer een bezettingswijziging wordt doorgevoerd. De meest schokkende vindt vier jaar geleden plaats als zanger Jon Anderson wordt vervangen. Niet lang erna brengt Yes het zwakke Fly From Here uit. Ondertussen is Benoit David alweer ingeruild voor Jon Davison van Glass Hammer. Met als resultaat Heaven & Earth. Helaas heeft het nog maar weinig met Progressive Rock te maken. Hier en daar is het zelfs bijna tenenkrommend als je je realiseert dat dit voor een groot gedeelte dezelfde muzikanten zijn die eerder prachtige klassiekers als Awaken en Machine Messiah opleveren. Step Beyond is vooral zoetsappig. To Ascend is een draak van een ballad. In A World Of Our Own klinkt als een product van een band die je in iedere willekeurige kroeg op kunt zien treden. Uiteindelijk gaat zelfs de stem van Jon Davison licht irriteren. En het feit dat de rol van Geoff Downes op toetsen zo bescheiden is. Alleen in afsluiter Subway Walls hoor je iets terug van de oude glorie. Ergens ver weg. Tekstueel is het er ook allemaal niet beter op geworden. Daar wordt Jon Anderson node gemist. Davison en Howe zijn bovendien als componist nog niet een fractie van Anderson en Howe. Heaven & Earth is overwegend oppervlakkig, fantasieloos en bevat zo weinig energie dat je zonder twijfel kunt spreken van het slechtste album ooit in de historie van Yes. Recycle Symfo. Zelfs de hoes van Roger Dean lijkt dat alleen maar te benadrukken.

VNV Nation – Transnational


Met Transnational presenteren de meesters van de Future Pop en de Dark Wave zich weer aan het front. Sinds Future Perfect brengen ze elke twee jaar een nieuwe plaat uit. Het hoogtepunt van toen hebben ze nooit weten te evenaren, alhoewel Automatic en Of Faith, Power And Glory aardig in de buurt komen. Transnational slaat de plank echter flink mis. Op een tweetal nummers na blinkt de plaat vooral uit in slechte herhalingsoefeningen. De stemmige opener lijkt vervangen te zijn door een track die wellicht al jaren op de plank ligt, maar nog nooit door Ronan Harris van een tekst is voorzien. Everything lijkt te veel op Space And Time van Automatic. Primary doet, dankzij de bijna identiek pompende sequencers, vooral denken aan Donna Summer‘s I Feel Love. Ook de instrumental op dit album is tenenkrommend. Wederom klinkend als een leftover. Toevoeging van vocalen had deze compositie kunnen redden. Het tweeluik Teleconnect is qua melancholie wellicht perfect, maar wordt muzikaal nogal obligaat verpakt. Op eerdere albums al vele keren beter gedaan. Tel daarbij op dat Harris ook tekstueel niet echt uitblinkt en je hebt alle ingrediënten bij elkaar voor een ontluistertip. Niet alles is kommer en kwel. Retaliate klinkt als VNV Nation in vorm. Eindelijk vol power en met die heerlijke sequencers die we van ze gewend zijn. Ook If I Was belandt nog net aan de goede kant van de streep. Voor de rest geeft Transnational je het gevoel dat de heren tijdens het opnemen van de plaat meer de rem in hebben gedrukt dan het gaspedaal. Het wordt tijd dat Ronan Harris en Mark Jackson het stramien van minimaal elke twee jaar een plaat releasen eens loslaten. De opvolger mag best wat langer op zich laten wachten. Zeker als dat de kwaliteit ten goede komt.