The Sound – From The Lions Mouth


Als Winning van The Sound wordt gedraaid op KINK, denkt hij weer terug aan het moment dat hij de band voor het eerst hoort. Op een herfstachtige avond in 1981 neemt hij de uitzending van het concert op, dat ze eerder dat jaar in Paradiso hebben gegeven. Het is in de periode dat zijn cassetterecorder overuren maakt. Dankzij nummers als Missiles, Heartland en Skeletons is hij meteen verkocht. Niet lang erna worden zowel Jeopardy als From The Lions Mouth aangeschaft. De afgelopen twee decennia kenmerken zich door een revival van de New Wave. Luister maar eens naar bands als Savages, Interpol en Whispering Sons. In recensies wordt deze nieuwe lichting vaak vergeleken met Joy Division, The Comsat Angels en The Cure. The Sound wordt bijna nooit genoemd. En dat terwijl deze Engelse band een typisch product is van de Post-Punk uit de jaren tachtig. Ze zijn in die periode wereldberoemd in Nederland, wat ertoe leidt dat ze aan mogen treden op het vermaarde No Nukes Festival. In hun thuisland worden ze alleen maar argwanend bekeken. The Sound is de zoveelste hype, die qua gitaarwerk ook nog eens veel te veel op U2 lijkt. Een vergelijking die flink mank gaat. In 1999 maakt zanger zanger Adrian Borland een eind aan zijn leven. Pas daarna krijgt de band de erkenning die ze verdient. Het oude materiaal wordt eindelijk op CD uitgebracht en de critici vragen zich massaal af hoe het toch komt dat ze The Sound zo over het hoofd hebben kunnen zien. From The Lions Mouth is hun sleutelalbum. De muziek bevat een soort van gecontroleerde somberheid, die nooit depressief wordt. Goed aansluitend bij de tijdsgeest van dat moment. Een klassieker, die het verdient om aan de vergetelheid ontrukt te worden.

Whispering Sons – Image


Drie jaar geleden wint het uit Brussel afkomstige Whispering Sons Humo’s Rock Rally. Daarna maken ze indruk met de EP’s Whispering Sons en Endless Party. Eind vorig jaar brengen ze hun debuutalbum Image uit. In het verlengde van deze release touren ze door heel Europa en staan ze op de affiche van menig popfestival. Whispering Sons borduurt nadrukkelijk voort op de revival van de Post-Punk. Hun aanpak is bijna puristisch te noemen. Toch weten ze door de toevoeging van een extra donker randje een authentiek geluid te creëren. Mede dankzij de donkere en soms ietwat luguber klinkende vocalen van Fenne Kuppens. Het uptempo karakter van de composities zorgt ervoor dat de band een gejaagdheid uitstraalt die enorm prettig in het gehoor ligt. Het pulserende basspel van Tuur Vandeborne dicteert de snelheid. Waar ze in het verleden nogal eens gebruik maakten van drumcomputers, hoor je dit keer echte drums. Dat bevordert de frisheid en de dynamiek enorm. De roffelende drums in Got a Light bewijzen het gelijk. De gitaren van Kobe Lijnen karakteriseren de sound van Whispering Sons. Heel knap hoe hij door ondersteunend te zijn, juist de hoofdrol weet op te eisen. Sowieso klinkt de plaat voortreffelijk. De productie van Micha Volders zal daar ongetwijfeld debet aan zijn. Wellicht heeft de band dankzij het succes van de afgelopen jaren wat extra studiotijd in kunnen kopen. Drie kwartier lang lijk je je als luisteraar op een voortdenderende trein te bevinden. Alleen Skin en Waste vormen even een rustpunt. Afsluiter No Image kondigt definitief het einde van de reis aan door flink af te remmen. Nergens is er een tegenvallend moment te bekennen op dit voortreffelijke debuut. Het doet je afvragen hoe ze dit een vervolg gaan geven.

Interpol – 20190602


Op het hoogtepunt van de revival van de Post-Punk zet Interpol aan het begin van deze eeuw de standaard. Met hun debuut Turn On The Bright Lights zijn ze tevens verantwoordelijk voor het ontstaan van de eerste versie van Luistertips. Met veel interesse blijf ik ze de jaren erna volgen. Ook bezoek ik regelmatig hun concerten. De laatste keer dat ik ze zie, geven ze een ietwat plichtmatig optreden op Rock Werchter. Niet dat de steevast in het zwart geklede mannen bekend staan om hun extraverte concerten. Ondanks dat de band voor de doorgewinterde muziekliefhebber al lang geen geheim meer is, staan ze dit jaar op Best Kept Secret. Hopend op een betere ervaring dan de vorige keer, begeven we ons naar het tweede podium. Interpol maakt duidelijk dat ze hier niet op routine wat nummertjes komen spelen. Vanaf het begin zit de sfeer er goed in. Dit heeft vooral te maken met de perfect uitgebalanceerde setlist. De uptempo nummers domineren en worden gebracht met de voor hun zo kenmerkende onderkoelde gejaagdheid. Alle albums komen aan bod, inclusief recente EP A Fine Mess. Er wordt echter flink teruggegrepen op de eerste twee platen. Het zorgt voor veel herkenning en een toenemend enthousiasme in de tent. Zeker bij pareltjes als Evil en Slow Hands, maar ook bij recentere tracks als The Rover en All The Rage Back Home. Door de setlist op deze manier samen te stellen, is er zelfs ruimte voor mijn favoriete nummer. Leif Erikson. Een fraai rustpuntje. Alhoewel de interactie met het publiek minimaal is, spreekt Banks met enige regelmaat zijn waardering uit. Dat hebben we wel eens anders gezien. Aangevuld met een prachtige lichtshow, zorgt Interpol op deze manier voor een van de hoogtepunten op deze editie van Best Kept Secret.

Setlist:

  1. C’mere
  2. If You Really Love Nothing
  3. Public Pervert
  4. PDA
  5. Say Hello To The Angels
  6. Fine Mess
  7. Evil
  8. Complications
  9. Take You On a Cruise
  10. All The Rage Back Home
  11. Rest My Chemistry
  12. The Rover
  13. Slow Hands
  14. Leif Erikson
  15. Obstacle 1
  16. Roland

Killing Joke – The Singles Collection


Killing Joke wordt in 1979 opgericht door Jaz Coleman in de hoogtijdagen van de Post-Punk, waarbij de band in de beginjaren wat meer naar de Punk neigt dan naar de New Wave. Vooral door het hoge tempo dat in de composities wordt verwerkt. Luister maar eens naar Birds Of A Feather en hoor waar Green Day de mosterd vandaan haalt. Dankzij single Love Like Blood dreigen de heren midden jaren tachtig definitief door te breken naar het grote publiek. De albums in die periode bevatten dan ook beduidend meer elementen uit de Pop. Bassist Martin Glover, oftewel Youth, wordt vervolgens een gerenommeerde naam in het circuit der producers. Denk aan Depeche Mode en U2. Killing Joke als band blijft gedurende hun gehele carrière een soort van compromisloos anarchisme uitstralen, waardoor ze nooit echt een gevestigde naam worden. Dat ze de laatste twintig jaar vooral opzien baren als ze weer eens een sporadisch teken van leven geven, versterkt dat alleen maar. In de jaren negentig beschuldigen ze zelfs Nirvana van plagiaat. Come As You Are zou erg veel weg hebben van Eighties. Het wordt ze op dat moment niet in dank afgenomen. Luister en oordeel zelf. Deze Singles Collection geeft een mooi beeld van hoe de band in ruim dertig jaar vanuit de Post-Punk, via een aanval op de charts, evolueert naar een industriële variant op de Metal met een zeer donker randje. Naast alle singles die ze in de loop der jaren hebben uitgebracht, bevat de limited edition een gigantische hoeveelheid aan edits, remixes en obscuur materiaal dat nog niet eerder op een handzame verzamelaar is uitgebracht. The Singles Collection is de perfecte manier om als liefhebber van het genre kennis te maken met Killing Joke. Zelfs voor de doorgewinterde fan valt er nog genoeg te beleven.

Whipping Boy – Heartworm


Op een vrijdagavond in het najaar van 1995 lees ik de recensies van nieuwe platen in de OOR. Tussen de stortvloed van nieuwe releases valt er een in het bijzonder op. Heartworm van Whipping Boy. Ondanks het feit dat ik nog nooit van de band heb gehoord, blijkt uit de tekst dat dit weleens een heel mooi album zou kunnen zijn. Ik neem me voor om deze band in de gaten te houden. Amper drie weken later zie ik in de TV-gids dat Jools Holland in zijn muziekprogramma aandacht zal besteden aan Whipping Boy. Ik besluit om het programma op te nemen. Terwijl ik ’s morgens de uitzending bekijk, zit ik al snel op het puntje van mijn stoel. Deze Ierse band blijkt het aangename van de donkere jaren tachtig te combineren met arrangementen die soms wel iets weg hebben van The Blue Nile, maar dan minder abstract en minder elektronisch. Subtiele akkoorden op gitaar worden hier en daar ondersteund door keyboards en strijkers. Bij tijd en wijlen zwellen de gitaren aan tot schurende muren van geluid, waardoor de composities van extra dynamiek worden voorzien. Doorrookte vocalen maken de ervaring compleet. Whipping Boy speelt slechts twee nummers, maar ze maken een overdonderende indruk. Nog geen uur later ben ik onderweg naar de platenzaak om Heartworm te kopen. Thuis worden de hooggespannen verwachtingen waargemaakt. De plaat staat vol juweeltjes. Nummers als Twinkle, A Natural en Personality illustreren dit treffend. De donkere stem van Fearghal McKee intrigeert me en sommige teksten komen meteen bij me binnen. Het album blijft een onontdekt pareltje voor velen. Na deze release onderneemt de band nog diverse pogingen om zich in the picture te spelen. Ze halen echter nooit meer het niveau van de nummers op Heartworm.