Sophia – As We Make Our Way


In een recent interview geeft hij het onomwonden toe. Hij is een lastige man. Het lijkt wel alsof hij pas het gevoel heeft dat hij leeft, als hij de pijn van het leven in al zijn vezels voelt. Iets waar je als muziekliefhebber alleen maar blij om kunt zijn, omdat het ervoor zorgt dat Sophia al twintig jaar lang op een zeer treffende manier melancholie weet te vangen in klanken. As We Make Our Way is de opvolger van There Are No Goodbyes. De plaat waarop Robin Proper-Sheppard zijn liefdesverdriet verwerkt. Daarna neemt hij wat rust om optimistischer dan ooit terug te komen. Met de release van de single It’s Easy To Be Lonely, waarin hij aangeeft dat het de makkelijkste weg is om eenzaam te zijn. Te interpreteren als een oproep om juist niet bij de pakken neer te gaan zitten. Ondanks dat, is As We Make Our Way zeker geen vrolijke plaat geworden. Nog steeds doet Robin Proper-Sheppard op zijn eigen unieke wijze verslag van wat hij sinds zijn vorige release allemaal heeft meegemaakt. Alhoewel hij geen gitaarmuren meer metselt, zoals voorheen in nummers als Desert Song No. 2 en The River, hoor je nog steeds subtiele invloeden uit de Post-Rock terug. In het einde van het mooie Resisting bijvoorbeeld. Door de toevoeging van fijnzinnige soundscapes klinkt de muziek gelaagder dan ooit. In nummers als Blame, The Drifter en Don’t Ask de melancholie benadrukkend. Met wederom prachtige Lyrics. I’ve made enough mistakes for the both of us. Treffend. En toch wordt het nooit gitzwart. Dit keer ontbreken de strijkers, waardoor de muziek een meer open karakter krijgt. Om de zang en de akoestische gitaar nog meer in de spotlights te zetten. Prachtig in balans. Met As We Make Our Way overtreft Sophia alle eerdere releases.

Mister & Mississippi – 20160409


We hebben vandaag vooral de muziek laten spreken. Bedankt voor het gezelschap tijdens onze muzikale reis. Aldus Maxime Barlag vlak voor de toegift. De interactie blijft tot dat moment inderdaad beperkt tot het op subtiele wijze de zaal inkijken om te checken of het reisgezelschap nog steeds volgt. Er zijn niet altijd stiltes tussen de nummers. Met samples en via effecten uit de gitaren worden er bruggetjes gesmeed om ze op vloeiende wijze aan elkaar te knopen. Mister & Mississippi bewijst met hun theatertour wederom een flinke stap voorwaarts gezet te hebben. Ze spelen afwisselend nummers van het debuut en het alom geprezen We Only Part To Meet Again. Daarbij valt op dat er meer ruimte is voor elektronika. De drumpartijen zijn een aangenaam mengsel van analoge en digitale beats. Als de gitaristen het duel met elkaar aangaan om die typerende gelaagdheid in hun muziek te creëren, zorgen de keyboards voor dragende bassen. Tom Broshuis en Danny van Tiggele demonstreren op weergaloze wijze hoe je fijnzinnige gitaarmuren opbouwt. Steeds beginnend met verstilde aanslagen op een enkele snaar, waarna langzaam maar zeker het volume en de diversiteit worden opgeschroefd. Immer loepzuiver. Ook vanavond maakt de samenzang tussen Maxime en drummer Samgar Jacobs indruk. In Circulate op plaat al mooi, maar live imponeert het nog meer. Er worden ook nieuwe composities gespeeld, waarbij de eind vorig jaar uitgebrachte single Shape Shifter al voor wat herkenning zorgt. Toegift Nemo Nobody wordt op de rand van het podium uitgevoerd. Slechts begeleid door een akoestische gitaar en met prachtige meerstemmige samenzang. Een tevreden band en een tevreden publiek kijken elkaar in de ogen.

Setlist:

  1. See Me
  2. A Void Of Frame
  3. Shape Shifter
  4. Southern Comfort
  5. Gloom
  6. Where The Wild Things Grow
  7. Northern Sky
  8. A Song For The Quiet Ones
  9. Coloured In White
  10. We Only Part To Meet Again
  11. Nocturnal
  12. New Song (untitled)
  13. Interstellar Love
  14. Circulate
  15. Pulsar
  16. For Us To Remember
  17. Nemo Nobody

The White Birch – The Weight Of Spring


The White Birch. Een band uit Noorwegen die na vier releases besluit om uit elkaar te gaan. Alweer bijna tien jaar geleden. Frontman Ola Fløttum blijft echter muziek maken, zonder ermee naar buiten te treden. Begin dit jaar brengt hij ineens The Weight Of Spring uit. Alhoewel het meer een solo-album is, toch uitgebracht als The White Birch. Op voorganger Come Up For Air, hoor je al hoe de Slowcore van weleer langzaam maar zeker wordt ontdaan van de invloeden uit de Post-Rock. Fløttum trekt deze lijn verder door. Alleen in het instrumentale Spring en in Lantern wordt er nog subtiel naar een hoogtepunt toegewerkt. The Weight Of Spring klinkt vanaf het begin als een weemoedige plaat, die desondanks toch vrolijk stemt. Beelden oproepend van een langzaam ontdooiend winters landschap. Reikhalzend uitkijkend naar de lente. Alsof Mark Hollis en Tindersticks zijn aangeschoven tijdens de opnames voor een nieuwe release van Nick Cave. Door het instrumentarium beperkt te houden, wordt er enorm veel ruimte gecreëerd. Piano en strijkers bepalen de sfeer. Evenals de donkere vocalen van Ola Fløttum. Boordevol emotie en tegelijkertijd enorm melodieus. Op sommige composities aangevuld met contrasterende vrouwenvocalen. Hier en daar hoor je een banjo, een orgel en een blaasinstrument. Balans is het toverwoord voor deze plaat. De muziek klinkt hoopvol. Ondanks alle melancholie die over ons uit wordt gestrooid. Alles komt goed, lijkt Fløttum te willen zeggen. Een geniale plaat, die je vanaf het begin bij de keel grijpt. The Weight Of Spring geeft echter pas alle schoonheid prijs bij volledige aandacht.

Godspeed You! Black Emperor – Asunder, Sweet & Other Distress


Ruim twintig jaar geleden richten Efrim Menuck, Mike Moya en Mauro Pezzente Godspeed You! Black Emperor op. Asunder, Sweet & Other Distress is hun zesde plaat. De tweede release in drie jaar. De heren hebben na een lange stilte de smaak weer te pakken gekregen. Voor hun doen is dit nieuwe album relatief kort. Ze hebben slechts veertig minuten nodig om hun verhaal te vertellen. Een verhaal dat dit keer niet gebracht wordt door fragmenten Spoken Word of samples uit het dagelijkse leven toe te voegen. De instrumenten doen het werk. De heren komen meteen terzake met Peasantry Of Light. Geen lange opbouw naar een dramatisch hoogtepunt, maar meteen een verslavende drone met Oosterse tintjes die het bal opent. Zwaar en donker, maar tegelijkertijd ook melodieus. Alsof het regent terwijl de zon schijnt. Drie gitaren en een schurende viool, waarbij de laatste langzaam maar zeker transformeert richting Klezmer. Lambs’ Breath en Asunder Sweet kondigen de stilte voor de storm aan. Loops en feedback vanuit gitaar en viool zorgen voor klanktapijten die bijna neigen naar Ambient. Het is gestopt met regenen, maar donkere wolken verdrijven de blauwe lucht. Langzaam toewerkend naar Piss Crowns Are Trebled. Het magnum opus van deze schijf. Tergend langzaam startend. Met die typische opbouw die we van ze gewend zijn. Laag op laag metselend. Zonder de dynamiek uit het oog te verliezen. Daardoor toch verrassend anders. Zeker als je het vergelijkt met het vroegere werk. Net als Swans voegt Godspeed You! Black Emperor steeds nieuwe dimensies toe aan het genre van de Post-Rock. Door altijd de grenzen op te blijven zoeken. Een heerlijke luistertrip. Mede dankzij het feit dat de vier composities naadloos in elkaar overlopen.

Swans – To Be Kind


Swans zijn onmiskenbaar aan hun tweede jeugd bezig. Na een stilte van meer dan tien jaar komt de band van Michael Gira op overtuigende wijze terug met My Father Will Guide Me Up A Rope To The Sky. Opvolger The Seer lijkt vervolgens het definitieve meesterwerk van de band te zijn. Met To Be Kind bewijzen ze dat ze dat niveau minimaal weten te evenaren. Zonder in herhaling te vallen. Door meer ruimte te verwerken in de composities wordt de dynamiek verder opgeschroefd. Het leidt tot opzienbarende contrasten. Langzaam opbouwende spanning versus climaxen die als een mokerslag op je af lijken te komen. Door een ongekende mate van subtiliteit in de compostitie te verwerken, klinkt opener Screen Shot uitnodigender dan ooit. Tussen aanhalingstekens. Toegankelijk zullen de klanken van Swans nooit worden. Het geheel blijft immer hypnotiserend en dreigend. Mede dankzij de bezwerende wijze waarop Gira zijn tekst voordraagt. In Just A Little Boy wordt nog trager toegewerkt naar de eruptie waarvan je al vanaf de eerste seconde weet dat die ergens zal komen. Bluesy gitaarwerk plaveit de weg ernaar toe. In tien composities geeft de band twee uur lang een inkijkje in hun universum. Soms redelijk compact. Dan weer middels uitgesponnen mantras, waarvan je niet wilt dat ze eindigen. Opvallend is de productie. Ondanks alle bombast en de muren van geluid blijft er oog voor detail. Ook voor To Be Kind geldt, dat je slechts twee keuzes resten als je aan de lange luistertrip begint. Je legt snel deze pot herrie terzijde, of je omarmt de geniale verbeelding van inventiviteit en georganiseerde chaos die middels geluid wordt vormgegeven. In het laatste geval kun je niet anders concluderen dan dat je een monumentaal werk tot je hebt genomen.