David Sylvian – Do You Know Me Now


Alhoewel David Sylvian nog regelmatig interessant werk uitbrengt, is het toch al een hele poos wachten op een release waar hij zich weer eens toelegt op het maken van echte liedjes. Voorlopig moeten we het doen met Dead Bees On A Cake als laatste wapenfeit en de sporadische samenwerkingsverbanden die worden vastgelegd op verzamelaars. Redelijk geruisloos brengt hij in augustus ineens de single Do You Know Me Now uit. In eerste instantie alleen gelimiteerd verkrijgbaar op tien inch vinyl. Sinds een paar dagen ook beschikbaar als download. Do You Know Me Now is gecomponeerd op verzoek van beeldend kunstenaar Phil Collins. Op basis van een door hem opgestuurd fragment van een opgenomen telefoongesprek, gaat Sylvian aan de slag. Het eindresultaat wordt vervolgens aan Collins’ expositie gekoppeld. Wat meteen opvalt, is dat David eindelijk weer eens een lied heeft gecomponeerd. Zachte akoestische gitaren openen het nummer. Later aangevuld met fijnzinnige strijkarrangementen, fraaie blazers en spannende soundscapes. De vocalen van David Sylvian zorgen er echter voor dat deze compositie een plek weet te verwerven in de buitencategorie. De wonderschone muziek is vooral ondersteunend. Sylvian is opvallend goed bij stem. De track sluit aan bij de geraffineerde stijl van Secrets Of The Beehive. Beklemmend mooi en subtiel. Om stil van te worden. De single wordt vergezeld van een geremasterde versie van Where’s Your Gravity. Een compositie die eerder al een plek krijgt op de compilatie A Victim Of Stars. In de schaduw staand van het nummer waar het echt om gaat. Do You Know Me Now kan namelijk tippen aan het beste werk van David Sylvian en doet reikhalzend uitzien naar een vervolg.

David Sylvian & Stephan Mathieu – Wandermüde


Fans van David Sylvian zitten al een tijd te wachten op een album waarop hij zich weer eens toelegt op het maken van echte liedjes. Voorlopig moeten we het doen met Dead Bees On A Cake uit 1999 en de sporadische samenwerkingsverbanden die worden vastgelegd op verzamelaars. Onder zijn eigen naam blijft hij zich hoofdzakelijk profileren als avantgardistische geluidskunstenaar. Op zich niet erg. Als het om Ambient gaat is Sylvian te bestempelen als een vernieuwer die onbekende zijpaden verkent, waar Brian Eno de hoofdwegen heeft aangelegd. Wandermüde is een release waarop Stephan Mathieu zijn visie geeft op het materiaal dat eerder op Blemish terecht is gekomen. Oorspronkelijk al geen gemakkelijke plaat. Mathieu ontleedt de originele composities echter microscopisch, om vervolgens de afzonderlijke deeltjes opnieuw uit te vergroten. Voorzien van nieuwe titels en aangevuld door eigen klanken, klinkt het resultaat als een nieuwe plaat. Saffron Laudanum is een geweldige opener. Refererend aan Sylvian’s wat oudere werk in het genre. Mysterieus en onder je huid kruipend. Trauma Ward is een nieuwe verkenning van Trauma, dat eerder al is gereleased op verzamelaar Sleepwalkers. Wandermüde klokt bijna een uur en bevat een aantal heerlijke bewerkingen, als je van het genre houdt. Telegraphed Mistakes en het begin van The Farther Away I Am worden wel erg abstract en neigen wat meer naar verstilde Noise, maar met afsluiter Deceleration ben je dat snel vergeten. Klanken op gitaar van Christian Fennesz geven het nummer extra body en emotie. Voor liefhebbers van liedjesschrijver Sylvian dus wellicht een tegenvaller. Voor bewonderaars van eerdere albums als Approaching Silence en Flux & Mutability een must.

David Sylvian – A Victim Of Stars


Alweer brengt David Sylvian een compilatie uit. Na Everything And Nothing, Sleepwalkers en Camphor, een album waarop hij opnieuw bewerkte oude successen vastlegt, de vierde verzamelaar in een tijdsbestek van twaalf jaar. Zitten we daar nog op te wachten? Ja. Op Everything And Nothing compileert hij het bekendere werk en de wat obscuurdere samenwerkingsverbanden. Sleepwalkers concentreert zich zelfs alleen maar op de laatste categorie. A Victim Of Stars richt zich voor het eerst op het chronologisch weergeven van David Sylvian’s muzikale ontwikkeling. Als je nog niets van hem in de platenkast hebt staan, een uitstekende kennismaking. Voor dit doel ook beter geschikt dan de reeds eerder genoemde albums. Uiteraard bevat A Victim Of Stars ook materiaal van Blemish, Manafon en Died In The Wool. Niet de gemakkelijkste platen uit Sylvian’s oeuvre. Daarmee wordt wel recht gedaan aan de doelstelling van dit overzicht. Daarnaast ook aandacht voor zijn prachtige uitstapje met Nine Horses. Voor de liefhebber, die alles al heeft, zijn er dubbelingen. Toch zijn er een paar pareltjes toegevoegd die niet eerder verkrijgbaar waren. Bamboo Music, de samenwerking met Ryuichi Sakamoto, heeft eindelijk een plek gekregen. Als afsluiter van de dubbelaar wordt het nog niet eerder uitgebrachte Where Is Your Gravity gepresenteerd. Een waardig einde van een mooie plaat, die vooral illusteert hoe veelzijdig Sylvian zich de laatste jaren heeft geprofileerd op het muzikale vlak. Een masterclass in de verwerking van invloeden uit de Jazz, Avantgarde, Ambient en Pop tot een eigen stijl. Jammer dat Buoy, een nummer dat hij samen met Mick Karn schreef, niet opnieuw op deze compilatie is vastgelegd. Zou een mooi eerbetoon zijn geweest aan de vorig jaar overleden bassist.

David Sylvian – Brilliant Trees


Het is 1984. Zij kent Japan niet en hij kent David Sylvian alleen van de single Red Guitar. Dankzij haar. Ze weten allebei nog niet de link tussen beide fenomenen te leggen. Sylvian was namelijk voorheen de zanger van Japan. Ze kennen elkaar op dat moment precies drie maanden. Om dat een beetje te vieren, besluit hij voor haar het album van David Sylvian te kopen. Pas als ze zich gaan verdiepen in de achtergronden, realiseren ze zich hoe het in elkaar zit. Hij neemt haar mee op een ontdekkingsreis naar de muziek van Japan. Zij laat hem de mooie klanken van David Sylvian horen. Brilliant Trees is Sylvian’s eerste release na het uiteenvallen van Japan. Samen verkennen ze de pracht en praal ervan. Sylvian heeft op deze release de hulp ingeroepen van Steve Jansen en Richard Barbieri. Zijn maten tijdens de gloriedagen van Japan. Jon Hassell is met zijn bijdrage op trompet in veel stukken bepalend voor de sfeer. Bill Nelson levert een prachtige bijdrage op gitaar in Nostalgia. Ryuichi Sakamoto is verantwoordelijk voor de keyboards op zowel Brilliant Trees als Weathered Wall. Holger Czukay weet een stempel te drukken op Backwaters, dankzij zijn bijdrage op hoorn en het toevoegen van geluidsfragmenten via dictaphone. Sylvian wordt op zijn debuut dus bijgestaan door nogal wat bekende namen. Terugkijkend levert het een van zijn beste albums ooit op. Subtiele keyboards die mysterieuze en mistige landschappen creëren ter ondersteuning van de beeldende teksten. Red Guitar en Pulling Punches vallen wellicht een beetje uit de toon, maar de rest van de plaat zwelgt in atmosferische soundscapes. Een prima ondergrond voor de prachtige vocalen van David Sylvian. De titeltrack wordt uiteindelijk hun anthem. Ook nu nog levert het speciale momenten op als ze naar dit nummer luisteren.

Hogarth & Barbieri – Not The Weapon But The Hand


In 1997 brengt Steve Hogarth, oftewel H, Ice Scream Genius uit. Zijn eerste uitstapje sinds hij zanger van Marillion is. Op deze plaat werkt hij samen met Dave Gregory en Richard Barbieri. Barbieri’s ondersteunende rol levert prachtige klanktapijten op. De euforie van de aankondiging van de hernieuwde samenwerking tussen de heren is na de eerste beluistering enigszins getemperd. Het is geen plaat van H dit keer. Barbieri en H zijn samen verantwoordelijk voor alle composities. En daar wringt hem de schoen. Waar Richard met Steve Jansen en Mick Karn nog spannende muziek weet te creëren, blijkt hij zonder deze wapenbroeders toch een duidelijk minder begenadigd songwriter te zijn. Steve Hogarth heeft in dit proces niet zijn stempel op het eindresultaat kunnen drukken. Ook qua uitvoering niet. Waar hij in Marillion en op Ice Scream Genius met zijn vocalen nadrukkelijk aanwezig is, verwordt hij op Not The Weapon But The Hand soms tot iemand die zijn teksten voorzichtig prevelt. In opener Red Kite manifesteert H zich zoals je hem graag wilt horen. Crack valt later op door de wat stevigere beat en uitgebalanceerde melodielijnen. Jammer alleen dat de prachtige stem van H grotendeels vervormd wordt. De overige composities hebben een hoog voortkabbelend gehalte en bieden niet die dynamiek waar je zo naar uit zit te kijken. Hier en daar hoor je momenten hoe het had kunnen zijn. In Lifting The Lid bijvoorbeeld. Vervolgens lijkt het alsof beide heren steeds op de rem trappen om in een voorspelbaar idioom verder te musiceren. De talenten van Barbieri en Hogarth zijn onder de oppervlakte gebleven. Wellicht omdat ze compromissen hebben moeten sluiten? Het zou beter zijn geweest als een van beiden aan het roer van dit experiment had gestaan.