Sweet d’Buster – Friction


Er zijn van die releases die het verdienen om aan de vergetelheid ontrukt te worden. Een daarvan is Friction van Sweet d’Buster. Meer dan 40 jaar geleden verovert deze Nederlandse band de podia om zo een groot aantal liefhebbers aan zich te binden. Toch is hun materiaal nog steeds niet op CD verschenen. Bertus Borgers en Robert Jan Stips zijn de bekende namen in de band, aangevuld met Herman Deinum en Hans Lafaille, die eerder bij Cuby And The Blizzards actief waren. Paul Smeenk maakt de groep compleet. Op Friction worden invloeden uit de Rock, Funk en Blues vermengd tot een nieuw swingend geheel, met ruimte voor introspectieve momenten. Als beginnende puber geniet ik van de uitbundige klanken van dit collectief. Er valt veel te beleven. Muzikale virtuositeit die altijd in dienst van de compositie en de melodie staat. De plaat bevat een aantal nummers, die niet zouden misstaan in uitzendingen waar wordt stilgestaan bij klassiekers uit het verleden. Zo wordt Still Believe een paar jaar later bekend doordat Herman Brood het vastlegt op Cha Cha. Angels biedt funky gitaren en bas die een solide basis neerzetten. Saxofoon en keyboards versterken de melodielijnen en gaan hier en daar met elkaar in duel. Stir Up The Fire valt op door het verstilde refrein. Op Smash The Mirror mag Robert Jan Stips zijn talenten als songwriter en zanger etaleren, iets wat hij later in zijn eigen band Transister en in The Nits nog uitgebreid zal herhalen. Met It Takes A Lot Of Time laat Herman Deinum horen waarom hij in die tijd als een van de beste bassisten van Nederland wordt beschouwd. Het wordt hoog tijd dat Friction opnieuw wordt uitgebracht, zodat ook huidige generaties van dit toenmalige fenomeen kunnen genieten.

Rubicon – What Starts Ends


Een van de redenen waarom ik niet van voorprogramma’s houdt, heeft te maken met het feit dat ze vaak qua muziekstijl niet passen bij de band waar je voor komt. Zo ook op 16 maart 1993. We zijn onderweg naar Gent. In De Vooruit treedt Fish op. De voormalig zanger van Marillion. Voordat de Schot het podium betreedt, warmt Rubicon de zaal op. Oftewel Fields Of The Nephilim zonder zanger en oprichter Carl McCoy. Alan Delaney is zijn vervanger. De band maakt in de Gothic gewortelde Rock en past dus in het geheel niet bij datgene wat later zal volgen. Het levert ze slechts beleefd applaus op. Ondanks dat, is mijn interesse gewekt en koop ik na het concert het album What Starts Ends. Delaney is een heel andere zanger dan McCoy. Het spreekt vooral in zijn voordeel. Zijn stem is zowel rauw, donker als melodieus. Het geheel iets toegankelijker makend, zonder de duistere spanning te verliezen die kenmerkend is voor het genre. Klinkend als Play Dead, maar dan zonder de invloeden uit de Post-Punk. Met Before My Eyes wordt er stevig geopend. Inclusief heerlijk pulserende bassen. In Crazed gaat de stem van Delaney door merg en been. Allemaal composities waar Rock en Gothic in balans zijn. Waar het zwarte laagje achterwege wordt gelaten, is het meteen veel minder spannend. Gelukkig komt dat zelden voor. Brave Hearts is een van de spannendste nummers, waar de zware stem van Delaney goed tot zijn recht komt. In Unspoken vormen de bassen een laag die dankzij de delay zo uit een sequencer lijken te komen. Met de titeltrack wordt de plaat afgesloten. Een Gotische mars waar het laagje Rock nog maar flinterdun is. What Starts Ends is een heerlijke plaat die het verdient om aan de vergetelheid ontrukt te worden.

Andy Summers – Triboluminescence


Iedereen kent Andy Summers als de gitarist van The Police. Dat hij daarnaast ook al jaren eigen materiaal uitbrengt, is minder bekend. Hij debuteert als solist als hij nog deel uitmaakt van The Police. Met Behind My Camel op Zenyatta Mondatta. Twee jaar later brengt hij samen met Robert Fripp I Advance Masked uit. In 1984 opgevolgd door Bewitched. In 1987 brengt hij zijn debuut als solo-artiest uit. Op XYZ worden zijn nummers nog van vocalen voorzien. Vanaf Mysterious Barricades released hij alleen nog maar instrumentale muziek, waarbij hij continu opereert op het snijvlak van Jazz, Rock, Fusion, Avantgarde en Ambient. Triboluminescence is ondertussen alweer zijn veertiende plaat. Opener If Anything maakt meteen indruk. Op gelaagde, monotone soundscapes schildert Summers een subtiel gitaarlandschap. Virtuositeit door subtiliteit. Refererend aan A Thousand Stones van The Golden Wire. Dankzij alle jaren aan extra ervaring, weet hij van If Anything een enorm indrukwekkende track te maken. Het titelnummer verraadt vervolgens invloeden van Mike Oldfield, maar dan zonder de vele tempo- en themawisselingen. Adinkra is geïnspireerd door de muziek uit West-Afrika. Mede dankzij de toevoeging van blazers creëert Summers een heerlijk zonnig en relaxed nummer. Elephant Bird heeft een bijna hypnotiserende groove, die dankzij het gitaarwerk doet denken aan zowel Robert Fripp als King Crimson. In Shadyland illustreert hij maar weer eens op briljante wijze hoe hij invloeden uit de Jazz verwerkt in zijn composities. Iedere track op Triboluminescence is een platform voor het heerlijke gitaarwerk van Andy Summers. Melodie, subtiliteit en virtuositeit gaan continu hand in hand. Triboluminescence is daardoor een van zijn mooiste albums ooit geworden.

Puscifer – Money Shot


Terwijl menigeen nog wacht op de volgende plaat van Tool, houdt zanger Maynard James Keenan zich de laatste jaren bezig met A Perfect Circle en vooral met zijn eigen project Puscifer. Een band waarin hij de enige constante factor is en die live is uitgegroeid tot een act waarin beeld en geluid elkaar continu tegen lijken te spreken. Hetzelfde geldt voor de hoes van deze plaat. Alsof Maynard bewust kortsluiting in je hoofd wenst te creëren. De muziek is echter onmiskenbaar Keenan en ligt in het verlengde van het werk dat hij maakt met A Perfect Circle. Met Puscifer gaat hij nog subtieler te werk en is er hier en daar zelfs ruimte voor wat elektronika. Het wat meer gas terugnemen, komt de dynamiek en de spanning enorm ten goede. Smoke and Mirrors illustreert dat het treffendst. Dankzij deze aanpak, onder je huid kruipend. In The Remedy lijkt de zanger het beste van alle eerder genoemde bands te willen combineren, waardoor je in het het middenstuk ineens zelfs de geest van de band ontwaart waar hij al jaren niet meer naar omkijkt. In het titelnummer gaat het gas er echt even op. Vanwege de eendimensionaliteit meteen ook het minst interessante nummer van de plaat. Op het gehele album blijven de melodieën onmiskenbaar het handelsmerk van Keenan. Nog steeds pakkend. Opvallend zijn de vocalen van Carina Round. Haar tweede stem is een fraaie tegenhanger. De vocalen van Keenan perfect aanvullend. Vooral in opener Galileo enorm tot de verbeelding sprekend. Met Conditions Of My Parole revancheert Puscifer zich in 2011 voor het tenenkrommende debuut. Money Shot is de overtreffende trap.

Black Mountain – IV


Het laatste teken van leven van Black Mountain dateert alweer van vijf jaar geleden. Als je de soundtrack voor Year Zero niet meetelt. Op hun nieuwe album IV vertelt opener Mother Of The Sun in ruim acht minuten het actuele verhaal van deze band uit Canada. Het vertrekpunt is nog steeds de klassieke Rock uit de jaren zeventig. Goed hoorbaar in de gitaren van Stephen McBean. Aangevuld met psychedelica en elementen uit de Progressive Rock zorgt het voor een geheel eigen geluid. Moeilijk in een hokje te plaatsen vanwege de diversiteit. Interessant voor zowel liefhebbers van Led Zeppelin als van Hawkwind of Pink Floyd. Het geheel wordt extra spannend dankzij de vocalen van Amber Webber. Op deze plaat prominenter aanwezig dan ooit en enorm bepalend voor de sfeer. De keyboards van toetsenist Jeremy Schmidt krijgen ook meer ruimte zonder prominent op de voorgrond te treden. Hierdoor krijgt de muziek een extra symfonische laag. Soms refererend aan Tangerine Dream tijdens hun hoogtijdagen. In You Can Dream resulterend tot een mooi duel tussen sequencer en gitaar. Door de optimale dosering van de diverse lagen in de muziek, klinkt het vierde album van Black Mountain grootser dan ooit. Perfect uitgebalanceerd. Dat ze nog steeds compact kunnen rocken bewijzen nummers als Constellations en Florian Saucer Attack. Line Them All Up zou zo van een plaat van Lightning Dust afkomstig kunnen zijn. Het project van drummer Josh Wells en Amber Webber. Space To Bakersfield sluit het album af. Een lekkere spacetrack met een prachtige gitaarsolo. De psychedelische subtiliteit van In The Future en de compacte Rock van Wilderness Heart zijn gecombineerd en getransformeerd naar een nieuw geluid met epische dimensies.