Jóhann Jóhannsson – Retrospective I


Jóhann Jóhannson groeit in de loop van vijftien jaar uit tot een fenomeen binnen het genre van de moderne klassieke muziek. Tegelijkertijd wordt hij een veelgevraagd componist voor het leveren van soundtracks, omdat hij op unieke wijze klassieke elementen weet te combineren met elektronika. Schijnbare tegenstellingen die dankzij zijn synthese uitgroeien tot een imponerend geheel. Gevuld met emotie en melancholie. Zijn overlijden vorig jaar slaat in als een bom, met als resultaat hernieuwde belangstelling voor zijn oeuvre. Veel van zijn eerste platen zijn al jaren moeilijk te verkrijgen of worden tegen woekerprijzen te koop aangeboden. Na de re-issue van zijn debuut Englabörn brengt Deutsche Grammophon nu een eerste retrosepectief uit. De box opent met het prachtige Virðulegu Forsetar. Een blauwdruk van zijn werk. Tuba, hoorn en trompet op een fundament van zware elektronische soundscapes. Minimaal en euforisch tegelijkertijd. Op Copenhagen Dreams wordt de basis vooral gelegd door pianoklanken, aangevuld met elektronika en strijkers. Je als luisteraar transformerend naar een nietig individu dat het drukke stadsleven vanaf een afstand observeert. Op And In The Endless Pause There Came The Sound Of Bees werkt Jóhannsson samen met Dustin O’Halloran en het Budapest Art Ochestra. Vooral de vocalen en cello op het wonderschone Escape illustreren treffend het wezen van zijn muziek. Genoeg materiaal dus om van te genieten. Naast The Miner’s Hymns, Free The Mind en Dis bevat de box ook nog de nooit eerder uitgebrachte soundtrack van White Black Boy. Daarmee is Retrospective I een indrukwekkend en vooral waardig eerbetoon aan Jóhann Jóhannsson geworden.

Hildur Gudnadóttir – Without Sinking


Hildur Gudnadóttir is een IJslandse celliste die in eerste instantie opvalt dankzij bijdragen op releases van Jóhann Jóhannson, Múm en op The Knife’s opera Tomorrow In A Year. Solo timmert ze ook al een tijdje aan de weg. Without Sinking is zeven jaar geleden haar tweede plaat. De cello staat centraal in haar werk. In diverse lagen schildert ze met dit instrument verstilde landschappen. Opener Elevation is op een intrigerende en bombastische manier bijna Ambient. Hier en daar refererend aan Klaus Schulze’s experimenten met cello op Dune. Alleen komt er bij haar geen elektronika aan te pas. In sommige composities wordt de stilte wreed doorbroken door staccato te spelen. Hierdoor ritme toevoegend aan het geheel. Opaque is daar een mooi voorbeeld van. Ook andere instrumenten komen aan bod. In Aether hanteert ze de zither en is Gudni Franzson verantwoordelijk voor de betoverende klanken van de klarinet. De afwisseling tussen langgerekte klanktapijten en wat complexere composities komen de dynamiek van de plaat ten goede. De nummers op Without Sinking zijn geïnspireerd door de vele vliegreizen die ze in die tijd maakt. De ervaring van het neerkijken op allerlei indrukwekkende wolktapijten, heeft ze proberen te vangen in muziek. Dat is haar wonderbaarlijk goed gelukt. In Whiten en Unveiled zie je een glooiende witte deken voor je. Sporadische gaten in het wolkendek tonen een kalme zee. Ondanks het thema is het eindresultaat zeker niet zweverig. Het eerder genoemde Opaque is illustratief voor naderende onweersbuien. Spannend is daarom een veel beter woord. Muziek ter illustratie van een film die zich slechts in haar hoofd heeft afgespeeld.

Samaris – Silkidrangar


Vijf jaar geleden richten Áslaug Brún Magnúsdóttir, Þórður Kári Steinþórsson en Jófríður Ákadóttir Samaris op. Met de speciale combinatie van IJslandse vocalen, klarinet en elektronika weten ze al gauw de aandacht te trekken van One Little Indian. Na hun eerste release, die vooral een verzamelaar is van eerder uitgebrachte EP’s en remixes, brengen ze twee jaar geleden Silkidrangar uit. De teksten worden nog steeds in de moedertaal gezongen en zijn opnieuw geïnspireerd door IJslandse poëzie uit de negentiende eeuw. Het draagt enorm bij aan het speciale karakter van hun muziek. Alsof ze je meenemen naar een afgelegen gletsjer. Vlak voor zonsondergang. Waar slechts de composities van Samaris de ijzige stilte doorbreken. Op dit tweede album schurken ze wat meer tegen de triphop van bands als Portishead en Lamb aan, waardoor er iets aan subtiliteit en eigenzinnigheid lijkt te zijn ingeleverd. De elektronika krijgt vergeleken met het debuut wat meer de overhand. De eerste single Ég vildi fegin verða illustreert dat treffend. Desondanks blijven de klanken nog steeds spannend en geheimzinnig. Opener Nótt maakt duidelijk dat je ook met meer beats trouw kunt blijven aan de unieke stijl die je eerder op je debuut geïntroduceerd hebt. Nog steeds druipt het ongrijpbare er namelijk van af. Tíbrá is wat dat betreft illustratief voor het gehele album. Wat opvalt is dat de klarinet nog subtieler een geïntegreerd onderdeel van het muzikale spectrum is geworden. Luister maar eens naar Hafiõ. Het sleutelnummer dat de verbinding legt tussen oud en nieuw. Of naar afsluiter Vögguljóõ. Een uitgeklede versie van het op het debuut gepubliceerde Vöggudub. Silkidrangar is dan ook de logische volgende stap voor deze IJslandse band en doet nu al uitzien naar het vervolg.

Blackroom – Lighthouse


Ole Gunnar Gundersen, Anders Winsents en Paal Myran Haaland richten begin deze eeuw Lorraine op. Na de release van een eerste EP brengen ze een jaar later hun debuut uit. The Perfect Cure. Geïnspireerd door bands als Placebo en The Cure. Aangevuld met een vleugje De/Vision. Zelf noemen ze hun muziek Elektronic Rock. Het album krijgt lovende recensies. In een zeer gelimiteerde opgave wordt een jaar later de demo Saved uitgebracht. Een heerlijk nummer waarin Elektro en Pop in perfecte balans zijn. Slechts hier en daar is er nog ruimte voor wat gitaarwerk. Een gevoel van hoopgevende melancholie oproepend. Het doet uitzien naar de tweede plaat. Die komt er maar niet. Tenminste. Zo lijkt het. Nadat ze al hun apparatuur verloren hebben door een brand, besluiten ze de naam Lorraine vaarwel te zeggen en door te gaan als Blackroom. Het zal vele geïnteresseerden vooral op een dood spoor hebben gezet. Vervolgens brengen ze zeven jaar geleden Pop Noir uit. Helaas wordt dat album alleen in Japan uitgebracht. Zo wordt het als liefhebber natuurlijk wel heel erg lastig om de band te blijven volgen. Vier jaar geleden brengen de heren Lighthouse uit. De typische melancholie zit nog steeds verscholen in de muziek. Wel is overduidelijk dat het element van de Rock niet langer deel uitmaakt van het muzikale palet. Elektro en Pop domineren. Alleen in de wat rustigere nummers is er nog steeds ruimte voor subtiel gitaarwerk. Daardoor klinkt deze plaat anders, maar tegelijkertijd toch ook weer enorm vertrouwd. De zang herken je uit duizenden. Tegelijkertijd bewijst de band dat ze zich door zijn blijven ontwikkelen. Het is alleen zo jammer dat ze het de liefhebbers zo ontzettend moeilijk maken om daar getuige van te kunnen zijn.

Gazpacho – Night


In 2010 vindt Gazpacho onderdak bij Kscope. Net als Pineapple Thief maken ze gebruik van de gelegenheid om vroegere releases opnieuw uit te brengen. Vier jaar geleden is Night aan de beurt. Oorspronkelijk hun vierde release, die een belangrijke stap markeert in de ontwikkeling van deze Noorse band. Het is namelijk de eerste plaat met een thematische aanpak. Qua tekst wordt het schemergebied tussen droom en realiteit verkend. Muzikaal herhalen een aantal patronen zich continu op indrukwekkende wijze. Soms identiek. Meestal subtiel aangepast. Altijd verbindend. Het cement vormend tussen de verschillende bouwstenen. De plaat trapt af met een relatief traag en intrigerend ritme van drums, bas en toetsen. De rode draad vormend. Want regelmatig terugkerend. Een beklemmend thema op gitaar kondigt steeds een nieuwe episode aan. Op Night is violist Mikael Krømer definitief aan de band toegevoegd. Hij speelt een enorm belangrijke rol. Slechts begeleid door piano strooit hij met melancholische klanken. Alsof hij je persoonlijk het schemergebied in wil trekken dat hij aan het verkennen is. De soms wat klagerige zang van Jan Ohme is wederom fantastisch te noemen. Hetzelfde geldt voor het gitaarspel van Jon-Arne Vilbo. Alhoewel er vijf nummers op de hoes vermeld staan, laat Night zich beluisteren als een enkele compositie. Zonder dat je het in de gaten hebt, reis je van nummer naar nummer. De tijd verstrijkt als in een tijdloos continuüm. De gelaagdheid van de muziek zorgt ervoor dat je steeds meer ontdekt en steeds verder afdrijft van de realiteit. Night is een van de mooiste platen uit het oeuvre van Gazpacho. Speciaal voor deze release aangevuld met een extra schijf, waarop de eerste drie delen live te beluisteren zijn.