Steven Wilson – The Future Bites


Steven Wilson is het toonbeeld van een artiest die constant in ontwikkeling is. Stilstand is achteruitgang. Gestart als individu met Porcupine Tree. Later uitgebouwd tot volwaardige band. Ook dan altijd zoekend naar vernieuwing. In eerste instantie symfonisch met daarbij passende, lange composities. Uiteindelijk uitgegroeid naar meer compactheid, waarbij er ook ruimte is voor stevige gitaren. Na The Incident is de koek op en gaat Wilson solo verder. Vervolgens worden elementen uit de Jazz en Fusion verkend, waarna hij in 2017 de plaat maakt waarvan je wist dat hij die ooit zou gaan maken. To The Bone. Niet alleen een verrassende, maar ook een verfrissende plaat. Op het snijvlak van Pop en Progressive Rock. Die lijn is verder doorgetrokken op The Future Bites, waarbij de elementen uit de Pop worden aangevuld met elektronika. Nog steeds herkenbaar als Steven Wilson. De melodie staat altijd centraal. Incidenteel aangevuld met dat kenmerkende sausje van melancholie. Dit keer balancerend tussen extravagant en ingetogen. In laatstgenoemde categorie valt afsluiter Count Of Unease op. Het nummer dat nog het dichtst in de buurt komt van het geluid van Porcupine Tree. Het stuiterende Personal Shopper roept in de verte herinneringen op aan Voyage 34. Een van zijn eerste releases. De delay op gitaar is nu vervangen door een sequencer. De rest van de plaat bestaat uit allerlei elementen uit het muzikale DNA van Steven Wilson. Waar hij in het verleden met samenwerkingsverbanden als No-Man en Blackfield andere genres verkent, zijn deze stijlen nu allemaal vertegenwoordigd op The Future Bites. Hierdoor levert Steven Wilson een hem kenmerkende plaat op, die dwars door alle hokjes breekt waar je hem in zou willen positioneren.

Yes – Yessongs


Als jochie van elf jaar oud word ik door mijn oudere buurjongen gewezen op Yessongs van Yes. Voor iemand die op dat moment vooral gefixeerd is op de nummers die via de Top 40 worden opgeleverd, openen de klanken van Yes een nieuw universum. Ik kom erachter dat composities niet gelimiteerd hoeven te zijn tot een duur van vijf minuten. En wat is dat voor een apart geluid? Het blijkt om de Mellotron te gaan. Yessongs zet me voor het eerst op een nieuw spoor als het gaat om het verbreden van mijn muzikale horizon. Zelfs nu zet ik deze driedubbelaar uit 1973 nog regelmatig op. Wellicht getriggered door een gevoel van nostalgie, maar ook omdat de nummers tijdloos zijn. Nog steeds interessant genoeg om te beluisteren. Muzikaal gezien is dat moment in 1975 enorm belangrijk voor me. Met Yessongs ontdek ik de Symfonische Rock als genre. Vanuit die interesse kom ik in de loop der jaren in aanraking met bands als Genesis, Marillion, IQ, Pink Floyd en Spock’s Beard. Nog steeds volg ik Yes met interesse, maar het leidt niet meer automatisch tot de aanschaf van hun werk. Terugkijkend kun je constateren dat Yessongs zeker niet hun beste release is. Zowel het geluid als de productie zijn niet echt goed te noemen, als je het vergelijkt met latere live opnames van ze. Maar op dit album speelt Rick Wakeman op vintage keyboards en hoor je het originele geluid van de Mellotron. Steve Howe gebruikt vooral elektrische gitaren, waardoor de nummers meer kracht krijgen. Op Yessongs is Bill Bruford nog als drummer te horen. De mooiste versie van And You And I is op deze plaat terug te vinden en de keyboardsolo op afsluiter Starship Trooper is ongeëvenaard. Hier hoor je een band op zijn hoogtepunt. Dat maakt van Yessongs een zeer speciaal album.

Mike Oldfield – Return To Ommadawn


Het recyclen van oud materiaal en het voortborduren op oude successen. Menig muziekliefhebber zit er niet op te wachten. Mike Oldfield maakt in 1973 indruk met het instrumentale Tubular Bells. De eerste release bij Virgin van Richard Branson. Oldfield speelt alle instrumenten zelf en weet elementen uit de Symfo en de Folk te vermengen tot een unieke stijl. Het succes van Tubular Bells heeft Oldfield in de loop der jaren tot vervelens toe uitgebuit. De aankondiging van Return To Ommadawn doet in eerste instantie dan ook vooral wenkbrauwen fronsen. Gaat hij al het overige materiaal uit de jaren 70 nu ook herhalen? Toch valt na eerste beluistering de frisheid van het album op. Natuurlijk hoor je bekende thema’s voorbijkomen. Duidelijk refererend aan zijn eigen verleden. De leidende melodie in het eerste deel lijkt verdacht veel op de gitaren van Voyager. In aangepaste vorm hoor je zelfs thema’s van Tubular Bells en, uiteraard, Ommadawn terug. Aan de andere kant kun je net zo hard stellen dat dit juist de herkenbaarheid van deze Ierse troubadour illustreert. Als je probeert de plaat te beluisteren zonder de ballast van het verleden, dan is de conclusie dat Mike Oldfield herboren lijkt. Door een ode te brengen aan het album, waarvan hij altijd zegt dat hij die prefereert boven Tubular Bells. Deze muziek verdient het om op zichzelf te staan. Op Return To Ommadawn speelt Oldfield wederom alle instrumenten zelf, waarmee hij terugkeert naar zijn eigen roots. Hierbij valt op dat de akoestische gitaar een prominente rol heeft. Subtiel gaat hij continu met zichzelf in duel. Met als resultaat een van de beste platen van Mike Oldfield sinds Incantations. Ondanks de titel is het voor de liefhebbers raadzaam om deze release niet automatisch te negeren.

Gazpacho – Night


In 2010 vindt Gazpacho onderdak bij Kscope. Net als Pineapple Thief maken ze gebruik van de gelegenheid om vroegere releases opnieuw uit te brengen. Vier jaar geleden is Night aan de beurt. Oorspronkelijk hun vierde release, die een belangrijke stap markeert in de ontwikkeling van deze Noorse band. Het is namelijk de eerste plaat met een thematische aanpak. Qua tekst wordt het schemergebied tussen droom en realiteit verkend. Muzikaal herhalen een aantal patronen zich continu op indrukwekkende wijze. Soms identiek. Meestal subtiel aangepast. Altijd verbindend. Het cement vormend tussen de verschillende bouwstenen. De plaat trapt af met een relatief traag en intrigerend ritme van drums, bas en toetsen. De rode draad vormend. Want regelmatig terugkerend. Een beklemmend thema op gitaar kondigt steeds een nieuwe episode aan. Op Night is violist Mikael Krømer definitief aan de band toegevoegd. Hij speelt een enorm belangrijke rol. Slechts begeleid door piano strooit hij met melancholische klanken. Alsof hij je persoonlijk het schemergebied in wil trekken dat hij aan het verkennen is. De soms wat klagerige zang van Jan Ohme is wederom fantastisch te noemen. Hetzelfde geldt voor het gitaarspel van Jon-Arne Vilbo. Alhoewel er vijf nummers op de hoes vermeld staan, laat Night zich beluisteren als een enkele compositie. Zonder dat je het in de gaten hebt, reis je van nummer naar nummer. De tijd verstrijkt als in een tijdloos continuüm. De gelaagdheid van de muziek zorgt ervoor dat je steeds meer ontdekt en steeds verder afdrijft van de realiteit. Night is een van de mooiste platen uit het oeuvre van Gazpacho. Speciaal voor deze release aangevuld met een extra schijf, waarop de eerste drie delen live te beluisteren zijn.

Black Mountain – IV


Het laatste teken van leven van Black Mountain dateert alweer van vijf jaar geleden. Als je de soundtrack voor Year Zero niet meetelt. Op hun nieuwe album IV vertelt opener Mother Of The Sun in ruim acht minuten het actuele verhaal van deze band uit Canada. Het vertrekpunt is nog steeds de klassieke Rock uit de jaren zeventig. Goed hoorbaar in de gitaren van Stephen McBean. Aangevuld met psychedelica en elementen uit de Progressive Rock zorgt het voor een geheel eigen geluid. Moeilijk in een hokje te plaatsen vanwege de diversiteit. Interessant voor zowel liefhebbers van Led Zeppelin als van Hawkwind of Pink Floyd. Het geheel wordt extra spannend dankzij de vocalen van Amber Webber. Op deze plaat prominenter aanwezig dan ooit en enorm bepalend voor de sfeer. De keyboards van toetsenist Jeremy Schmidt krijgen ook meer ruimte zonder prominent op de voorgrond te treden. Hierdoor krijgt de muziek een extra symfonische laag. Soms refererend aan Tangerine Dream tijdens hun hoogtijdagen. In You Can Dream resulterend tot een mooi duel tussen sequencer en gitaar. Door de optimale dosering van de diverse lagen in de muziek, klinkt het vierde album van Black Mountain grootser dan ooit. Perfect uitgebalanceerd. Dat ze nog steeds compact kunnen rocken bewijzen nummers als Constellations en Florian Saucer Attack. Line Them All Up zou zo van een plaat van Lightning Dust afkomstig kunnen zijn. Het project van drummer Josh Wells en Amber Webber. Space To Bakersfield sluit het album af. Een lekkere spacetrack met een prachtige gitaarsolo. De psychedelische subtiliteit van In The Future en de compacte Rock van Wilderness Heart zijn gecombineerd en getransformeerd naar een nieuw geluid met epische dimensies.