The Weeknd – 20170224


Sinds de release van Starboy is The Weeknd uitgegroeid tot een popster van wereldformaat. Groot genoeg om Ziggo Dome uit te verkopen. Als iets na negen uur de lichten doven en een enorm driehoekig, lichtgevend ruimteschip naar beneden zakt, komt Abel Tesfaye van onderaf het podium op. Opener All I Know wordt meteen goed meegezongen en zet het publiek op scherp voor een energiek begin van de show. Met Party Monster, Reminder en Six Feet Under domineren de harde en diepe basslines. Vervolgens worden in een razend tempo de nummers van Starboy afgewisseld met werk van het een jaar eerder uitgebrachte Beauty Behind The Madness. Dit zorgt voor een fijne mix van dansbare nummers als Rockin’, het krachtige Ordinary Life en de hits Can’t Feel My Face en Earned It. Tesfaye demonstreert deze avond over een loepzuivere stem te beschikken. Het is mooi om te zien dat ook het wat oudere werk in het tweede deel van de show aan bod komt. De wat rauwere sound van zijn eerste drie mixtapes, later uitgebracht als Trilogy, zijn vooral traktaties voor de fans van het eerste uur. Die blijken in grote aantallen aanwezig te zijn. Tijdens High For This en The Morning komt het samenspel met de band ook beter tot zijn recht. De krachtige gitaarsolo’s zorgen voor een fijne afwisseling en passen goed in de opbouw van de show. Het optreden lijkt te eindigen met de hit I Feel It Coming, maar na een korte afwezigheid verschijnt The Weeknd weer op het podium voor een knallende toegift, met The Hills als absolute climax. Alhoewel hij nog moet werken aan het onderhouden van contact met het publiek in zo’n immense zaal, laat The Weeknd vanavond zien geen doorsnee popster te zijn en dat hij uit kan groeien naar een nog completere artiest.

Setlist:

  1. All I Know
  2. Party Monster
  3. Reminder
  4. Six Feet Under
  5. Low Life
  6. Might Not
  7. Often
  8. Acquainted
  9. Ordinary Life
  10. Starboy
  11. Nothing Without You
  12. A Lonely Night
  13. Rockin’
  14. Secrets
  15. Can’t Feel My Face
  16. In The Night
  17. Earned It
  18. Wicked Games
  19. High For This
  20. The Morning
  21. Sidewalks
  22. Crew Love
  23. Tell Your Friends
  24. Die For You
  25. I Feel It Coming
  26. False Alarm
  27. House of Balloons/Glass Table Girls
  28. The Hills

Tekst: Olaf Blankendaal
Redactie: Luistertips

M.I.A. – Matangi


Over M.I.A. zijn de meningen sinds het debuut Arular ernstig verdeeld. Niets meer dan een hype, controversieel en weinig origineel zijn slechts een aantal typeringen vanuit het kamp dat duidelijk geen lid is van haar fanclub. Toegegeven. Je moet van haar stijl houden. Urban vermengt met invloeden uit Sri Lanka, waar haar roots liggen. Daarnaast voegt ze Arabische melodieën en een bombardement aan strijdkreten en samples toe aan het klankenpalet. Daardoor vergt ze veel van de luisteraar, maar aan de andere kant levert het ook steevast melodieuze juweeltjes op. Matangi is haar vierde release. Ze opent met Karmageddon. Een relaxte track met een repeterend elektronisch ritme. Jammer dat ze het nummer niet verder heeft uitgewerkt en het bij een korte schets van anderhalve minuut blijft. Het titelnummer benadrukt de tribale elementen binnen haar muziek. Only 1 U en Warriors lijken bedoeld te zijn om de oren te bombarderen met zoveel mogelijk verschillende klanken en invloeden. Het knappe blijft dat er ook dan van alles en nog wat te beleven valt. Alleszeggende stiltes houden je continu bij de les. aTENTion is een draak van een compositie met een overdaad aan autotune. Een van de weinige smetjes op Matangi. Met nummers als Bad Girls en Y.A.L.A. trapt ze halverwege de plaat wat op de rem en bewijst ze ook nog steeds lekker toegankelijke songs op te kunnen leveren. In Double Bubble Trouble combineert ze haar sound zelfs met elementen uit de Reggae. Sexodus is het onbetwiste hoogtepunt van dit album. Een nummer waarop ze samenwerkt met The Weeknd. Matangi is opnieuw een zeer afwisselende release geworden, die dwars door alle hokjes breekt en daardoor de potentie heeft om vele muziekliefhebbers aan te spreken.

Kendrick Lamar – Swimming Pools


Bij De Wereld Draait Door mag iedere avond een band een minuut lang optreden. De laatste tijd valt op dat het programma vooral inspeelt op hypes. Echt verrassend is het allemaal niet. Is er een keer een leuke band, komt een ander structureel euvel naar voren. Het geluid. Zo slecht, dat je tenenkrommend zit te luisteren. Gisterenavond wordt rapper Kendrick Lamar aangekondigd. Nu heb ik zelf niet zo veel met deze muziekstijl. Ik ben vooral geïnteresseerd als de grenzen worden opgezocht. Liever nog dat ze doorbroken worden en er een combinatie gemaakt wordt met andere muziekstijlen. Urban Dance Squad, Senser, Rage Against The Machine, M.I.A, Beastie Boys en Weeknd hebben eerder bewezen hier kaas van te hebben gegegeten. Meneer Lamar brengt de ultrakorte versie van het nummer Swimming Pools. Eind vorig jaar uitgebracht als single. Dit keer is het geluid goed. Meteen bij aanvang ben ik geïnteresseerd. Het begint al met die donkere keyboardlijn, waar vervolgens een trage, elektronische beat aan toe wordt gevoegd. Net als vele andere bekende rappers, komt Lamar uit Compton. Een voorstad van Los Angeles. In tegenstelling tot zijn collega’s verheerlijkt hij niet het harde wereldje, met allerlei cliche’s als gevolg. Hij observeert vanaf de zijlijn, zonder er deel van uit te maken. Zijn snelle en vloeiende raps worden gevolgd door een aanstekelijk refrein. Door bewerkte stemmen te koppelen aan de keyboards, weet hij een intrigerend geheel te creëren. Een album van hem aanschaffen zit er niet in, want zo spannend als op Swimming Pools wordt het nergens meer op Good Kid M.A.A.D. City. Dat heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat ik geen liefhebber van het genre ben. Swimming Pools is de uitzondering die de regel bevestigt.

Doe Maar – Versies


Nee. Ik heb nooit iets met Doe Maar gehad. Ik koop op het moment van uitkomen nog wel Skunk, maar dan vooral voor nummers als Nederwiet en Nix Voor Jou. De rest ontstijgt nog net het grijze midden, maar de albums erna zijn niet aan mij besteed. De band bestaat ondertussen niet meer, maar eens in de zoveel tijd komen ze bij elkaar om een aantal concerten te geven. Steevast uitverkocht. Geen actie die mijn waardering voor deze mannen doet toenemen. Het voelt als het spekken van de eigen bankrekening. Maar dan is daar ineens de dubbelaar Versies. Een logisch vervolg op de bijdrage van Henny Vrienten aan het succesvolle programma van Ali B, waar rappers en Nederlandse artiesten elkaars werk coveren. Met een aantal van hen is Doe Maar de studio ingedoken om hun eigen klassiekers te bewerken. Het resultaat is alleraardigst. The Opposites zetten een versie van Belle Hélène neer, die de oorspronkelijke compositie ver overstijgt. Kempi is verantwoordelijk voor een prachtige cover van Nederwiet. Rap en Reggae in een heerlijke combi. Kraantje Pappie levert met Postmen een gedegen versie op van Alles Gaat Voorbij. Fresku weet Pa zo te bewerken dat het bijna onherkenbaar wordt. Liever Dan Lief van Gers Pardoel is in potentie geweldig, maar ik kan maar niet wennen aan dat zeurderige stemmetje van hem. Ook alle anderen kwijten zich goed van hun taak. Dan is Rap op zijn best. Als de grenzen doorbroken worden en verschillende stijlen in elkaar overvloeien. Als bonus krijg je er een schijf bij met nummers die in 2012 opnieuw zijn opgenomen door de mannen van Doe Maar. Ouder geworden, produceren ook zij veel betere versies. Wat mij betreft mogen ze morgen de studio ingaan om al hun oude materiaal opnieuw op te nemen.

M.I.A. – Maya


Vanaf het moment dat ik haar eerste single Galang hoor, ben ik meer dan geïnteresseerd in wat M.I.A. allemaal oplevert. Haar composities staan bol van de maatschappijkritische teksten, die op het moment dat ze tot clips worden verwerkt nogal eens voor ophef zorgen. In combinatie met de diversiteit aan muziekstijlen die ze verwerkt op haar platen, weet ze me vanaf het begin te intrigeren. Vele recensenten spreken na de release van haar debuut Arular over een hype die wel over zal waaien. Anderen zijn laaiend enthousiast. Ondanks de gemengde reacties bewijst M.I.A. met opvolger Kala dat ze een blijvertje is. En nu is er dan Maya. Haar meest schizofrene plaat tot nu toe. De ene na de andere stijl verwerkt ze in de nummers. Hier en daar hoor je snoeiharde gitaarsamples, in XXXO stapt ze over op ongegeneerde hitparadepop en de cover van Spectral Display’s It Takes A Muscle To Fall In Love is zelfs omgetoverd tot een Caribische track. In Steppin Up verwerkt ze samples die opgenomen lijken te zijn tijdens de sloop van de oude gebouwen van Philips in Eindhoven en Born Free klinkt alsof ze haar inspiratie haalt bij Atari Teenage Riot. Maya rockt, insprireert, experimenteert, solliciteert naar de hitparade, irriteert en doet hier en daar een aanslag op je trommelvliezen. Wat echter als een paal boven water staat, is dat ze met dit derde album steeds verrast zonder haar roots te verloochenen. Nog steeds hoor je als een rode draad haar Sri Lankaanse afkomst door de muziek heen klinken, ook al woont ze in Engeland. Mathangi Maya Arulpragasam maakt het de recensenten daardoor wederom lastig om een etiketje te plakken op haar muziek, maar als voorstander van het doorbreken van dit hokjesgedrag kan ik dat wel waarderen. Een heerlijk recalcitrante plaat.