Jun Miyake – Stolen From Strangers


Freek de Jonge is dit jaar de eerste zomergast. Na bijna een uur laat hij een fragment zien van de film Pina. Geregisseerd door Wim Wenders. Handelend over de Duitse choreografe Pina Bausch. Mij valt vooral de muziek op die onder het fragment zit. Helaas wordt daar geen aandacht aan besteed. Sowieso iets waar ik me wel vaker over verbaas. Ook bij Zomergasten. Gelukkig helpt Shazam me dan verder. Uiteindelijk kom ik erachter dat het gaat om een nummer van Yun Miyake. The Here And After. Gebruikt voor de soundtrack bij de film. De compositie is oorspronkelijk afkomstig van het album Stolen From Strangers. Miyake is een trompettist uit Japan die op Stolen From Strangers Jazz combineert met invloeden uit allerlei windstreken. In de instrumentale nummers neigt het vooral naar subtiele Jazz. Daar waar er vocalen zijn toegevoegd, krijgt de muziek een meer werelds karakter. In een uur tijd reis je van Brazilië naar Bulgarije om vandaar uiteindelijk in het Midden-Oosten te belanden. Arto Lindsay lijkt de wereld van de Franse chansons van de jaren vijftig nieuw leven in te blazen en klinkt alsof hij daarvoor speciaal naar een zonnig strand in Chili is afgereisd. Elementen die ogenschijnlijk tegenovergesteld aan elkaar zijn, worden op bijzondere wijze met elkaar verbonden. Ook qua instrumenten. De ene keer hoor je een mandoline en vervolgens worden je oren verwend met subtiele elektronische percussie. Op het nummer dat klinkt tijdens Zomergasten werkt Miyake samen met Lisa Papineau en weet hij Avantgarde, Jazz en World op een zeer speciale manier te combineren. Het leidt tot een schitterende plaat van een artiest waar ik me de komende tijd graag wat meer in verdiep.

Koen Fu – Home Alone


Je moet het maar durven. In een digitaal tijdperk een dubbelelpee uitbrengen zonder de koper te verblijden met een download. Koen Fu doet het. Al jarenlang hangt er een foto van hem in mijn huiskamer. Gemaakt tijdens een concert in O.J.C. De Ploeg. Mooi in zwartwit vastgelegd door Erik van Laarhoven. Toen was hij nog gitarist in City Pig Unit. Later kiest hij een rol wat meer op de achtergrond. Als bassist van Beef. Begin dit jaar is daar ineens Home Alone. Opgenomen onder zijn eigen naam. In zijn eigen studio. Een kamer van amper tien vierkante meter. Bomvol instrumenten. Een album waarop hij alles zelf doet. De instrumenten bespelen. Opnemen. Mixen. De hoes fabriceren. Alles. Iedere plaatkant toont een onderdeel uit zijn muzikale wereld. Refererend aan episodes uit zijn eigen verleden als muzikant. Het eerste hoofdstuk benadrukt vooral het wereldse karakter van zijn muziek. Elementen uit de Reggae worden subtiel verwerkt in composities waarin de akoestische gitaar een hoofdrol opeist. Met een heerlijke swing. Alsof je de zomer in je huiskamer haalt. Vervolgens is de elektrische gitaar aan de beurt. Soms rauw beukend, maar vooral ook genuanceerd. Met een heerlijke dosis Funk. Joe Satriani kan alleen maar jaloers zijn als hij Antideprafunkopus hoort. Waar Satriani de laatste jaren vaak gelikt klinkt, weet Koen Fu echte doorleving aan het gitaarwerk toe te voegen. In het laatste deel staan Ska, Rocksteady en Reggae centraal. Home Alone klinkt bijna als een audiobiografie. Dankzij een begenadigd muzikant, die je via de groeven van het vinyl meeneemt naar zijn muzikale universum en je tegelijkertijd toegang verleent tot zijn studio. Hoe weinig plaats er ook voor je is. Je mag er op een krukje gaan zitten. Terwijl Koen zijn muziek laat spreken.

Dead Can Dance – 20120925


Na de release van Anastasis start Dead Can Dance met een uitgebreide tournee. In Nederland verzorgen ze een eenmalig optreden in een uitverkocht Vredenburg. Uiteraard staat de nieuwe plaat deze avond centraal. Tijdens de eerste nummers hoor je dat er nog gezocht wordt naar het juiste geluid. Alhoewel Children Of The Sun en Anabis prima klinken, valt tijdens de eerste helft van zowel Rakim als Kiko op, dat het lastig is om de vocalen van Lisa goed afgesteld te krijgen. Het leidt hier en daar tot een overdaad aan galm. Een euvel dat later het begin van Return Of The She-King enigszins ontsiert. Slechts kleine smetjes op een voor de rest zeer geslaagde avond. De stem van Brendan Perry maakt live nog meer indruk. All In Good Time komt daardoor ineens keihard binnen, waar het op Anastasis na eerste beluistering slechts een redelijk goed gelukt sluitstuk is. Op de stem van Lisa Gerrard zit nog steeds geen sleet. Iets wat ze demonstreert door een perfecte uitvoering van Sanvean te vertolken. Het eerste kippenvelmoment van de avond. Naast Anastasis is er ook aandacht voor het wat oudere werk. Ondanks dat, komen de eerste drie albums helaas niet aan bod. In plaats daarvan kiezen ze zeer verrassend voor Dreams Made Flesh. Een nummer dat ze opnemen voor het eerste album van This Mortal Coil. Ook de titelmuziek van The Gladiator komt langs. Aangevuld met composities als The Host Of Seraphim en Nierika, weet de Australische band op deze manier een mooie bloemlezing uit hun oeuvre te vertolken. Hun voorliefde tonend voor wereldmuziek uit alle windstreken. Het concert wordt uiteindelijk treffend afgesloten met een derde toegift waarin Lisa Gerrard nog maar eens laat horen hoe mooi zij emoties kan verwoorden zonder woorden te gebruiken.

Setlist:

  1. Children Of The Sun
  2. Anabasis
  3. Rakim
  4. Kiko
  5. Lamma Bada
  6. Agape
  7. Amnesia
  8. Sanvean
  9. Nierika
  10. Opium
  11. The Host Of Seraphim
  12. Ime Prezakias
  13. Now We Are Free
  14. All In Good Time
  15. The Ubiquitous Mr. Lovegrove
  16. Dreams Made Flesh
  17. Song To The Siren
  18. Return Of The She-King
  19. Rising Of The Moon

Dead Can Dance – Anastasis


In 1987 laat Within The Realm Of A Dying Sun van Dead Can Dance een verpletterende indruk achter op menig muziekliefhebber. Een mengeling van Gothic en Wereldmuziek, die in de loop der jaren wat middeleeuwse trekjes meekrijgt. Na de release van het ietwat teleurstellende Spiritchaser in 1996, besluiten Brendan Perry en Lisa Gerrard het voor gezien te houden. In 2005 zijn ze even terug met een wereldtournee, waar ook nieuwe nummers gepresenteerd worden. Composities die niet onder doen voor het oudere werk. Vervolgens storten ze zich opnieuw op hun solo-carrière. Groot is de verrassing als Anastasis wordt aangekondigd. Hebben ze nog iets te melden, vraag je je meteen af. Ja en nee. Opener Children Of The Sun begint nog heel aardig. Helaas zakt de compositie al snel af naar het niveau van een overblijfseltje uit de periode dat Perry het album Ark uitbrengt. Mede dankzij de tenenkrommende teksten. Met Anabasis en Agape revancheren ze zich. Op en top Dead Can Dance met die verwonderende mix van Oosterse klanken in combinatie met de fluwelen stem van Gerrard. Amnesia zou ook zo op een plaat van Perry hebben kunnen staan. En daar wringt een beetje de schoen. Anastasis lijkt soms op een verzameling van afzonderlijk van elkaar gecomponeerde tracks. Onder de gezamenlijke naam gereleased, waarbij vooral Lisa Gerrard indruk maakt. In Kiko en Return Of The She-King krijg je eindelijk het idee naar een gemeenschappelijk album te luisteren. Vooral in het laatstgenoemde nummer, als Brendan en Lisa als vanouds met elkaar vocaal in duel gaan. Anastasis is niet meer zo verrassend als hun vroegere platen waren, maar hier en daar nog steeds enorm indrukwekkend.