
Vanmorgen lees ik op Teletekst het bericht dat Pierre Beek na een kortstondig ziekbed is overleden aan de gevolgen van kanker. Die naam zal velen niet zo heel veel zeggen. Pierre was de zanger van Hank The Knife And The Jets, een band die een aantal jaren later wordt omgedoopt tot Hank The Knife And The Crazy Cats. Deze Nederlandse band beleeft in het midden van de jaren zeventig een moment van kortstondige roem dankzij de singles Guitar King en de latere opvolger Stan The Gunman. Stan The Gunman wordt hun grootste hit, maar ik herinner me vooral Guitar King. Een van de eerste singles die ik als jongetje van tien jaar oud koop. Zelf gespaard van mijn zakgeld. Ik herinner me hun optreden bij Toppop nog goed. Een lange slungel op een rode basgitgaar trekt alle aandacht naar zich toe. Het feit dat hij soleert op een bas en daarmee dit instrument een prominente rol geeft in het geluid van de band, leidt eigenlijk alle aandacht af van de zanger. Later blijkt het in werkelijkheid om een lager gestemde gitaar te gaan. Ook die foute zonnebril en al zijn clichématige poses, plaatsen hem in het middelpunt van de belangstelling. De band blijft na deze hits vooral populair in Duitsland en aangezien ook artiesten als Smokie en The Sweet later eigenlijk alleen succesvol zijn in het Duitse schnabbelcircuit, verbaast me dat niets. Het overlijden van Pierre Beek op 63-jarige leeftijd maakt nog maar eens duidelijk hoe de tijd voortschrijdt en hoe oud ook ik ondertussen geworden ben. Vanavond dat singletje nog maar eens beluisteren. Met dat foute hoesje. En even het geluid wat harder zetten als de solo op de baritongitaar klinkt. Misschien dat ik dan net als toen weer de neiging krijg om mijn kunsten als luchtgitarist te etaleren.