
Vanaf het moment dat ik haar eerste single Galang hoor, ben ik meer dan geïnteresseerd in wat M.I.A. allemaal oplevert. Haar composities staan bol van de maatschappijkritische teksten, die op het moment dat ze tot clips worden verwerkt nogal eens voor ophef zorgen. In combinatie met de diversiteit aan muziekstijlen die ze verwerkt op haar platen, weet ze me vanaf het begin te intrigeren. Vele recensenten spreken na de release van haar debuut Arular over een hype die wel over zal waaien. Anderen zijn laaiend enthousiast. Ondanks de gemengde reacties bewijst M.I.A. met opvolger Kala dat ze een blijvertje is. En nu is er dan Maya. Haar meest schizofrene plaat tot nu toe. De ene na de andere stijl verwerkt ze in de nummers. Hier en daar hoor je snoeiharde gitaarsamples, in XXXO stapt ze over op ongegeneerde hitparadepop en de cover van Spectral Display’s It Takes A Muscle To Fall In Love is zelfs omgetoverd tot een Caribische track. In Steppin Up verwerkt ze samples die opgenomen lijken te zijn tijdens de sloop van de oude gebouwen van Philips in Eindhoven en Born Free klinkt alsof ze haar inspiratie haalt bij Atari Teenage Riot. Maya rockt, insprireert, experimenteert, solliciteert naar de hitparade, irriteert en doet hier en daar een aanslag op je trommelvliezen. Wat echter als een paal boven water staat, is dat ze met dit derde album steeds verrast zonder haar roots te verloochenen. Nog steeds hoor je als een rode draad haar Sri Lankaanse afkomst door de muziek heen klinken, ook al woont ze in Engeland. Mathangi Maya Arulpragasam maakt het de recensenten daardoor wederom lastig om een etiketje te plakken op haar muziek, maar als voorstander van het doorbreken van dit hokjesgedrag kan ik dat wel waarderen. Een heerlijk recalcitrante plaat.