
Ik kan me nog precies herinneren wat ik aan het doen was, toen ik voor het eerst Smells Like Teen Spirit op de radio hoorde. Terwijl ik op de bank de recensies in de nieuwe OOR zit door te nemen, kondigen Daan en Willem Ekkel met veel poeha een band uit Seattle aan. Nirvana. Ze hebben een nieuwe single. Terwijl ik rustig verder lees, begint het kenmerkende akkoordje op de slaggitaar. De stilte voor de storm. De drums van Dave Grohl tikken vervolgens af, waarna een bak scheurende gitaren het bal opent. Ik schiet overeind. Mijn belangstelling is meteen gewekt. Wat is dit? Ik leg het tijdschrift weg en loop naar de radio om het volume iets op te schroeven. Het is nu bijna niet meer voor te stellen, maar als het refrein losbarst word ik bijna weggeblazen. Zoiets heb ik nog nooit gehoord. Hard, maar toch geen Metal. Het laat een overweldigende indruk op me achter. Nirvana maakt hiermee al vroeg in het decennium aanspraak op de titel van meest indrukwekkende single van de jaren 90. De rest is geschiedenis en eindigt drie jaar later met de zelfmoord van Kurt Cobain. Precies twintig jaar later wordt Nevermind opnieuw uitgebracht. De luxe box bevat allerlei extra’s voor de liefhebber. Natuurlijk ben ik geïnteresseerd. Zoals zo vaak bij dit soort re-issues, krijg ik het gevoel dat de liefhebber vooral belazerd wordt en onnodig op kosten wordt gejaagd. Natuurlijk staat er veel niet eerder uitgebracht materiaal op. Schijven met b-kantjes, rehearsals en sessies vanuit de studio. Je moet wel een echte fan zijn, wil je deze Limited Edition aanschaffen. De prijs liegt er namelijk niet om. Ondanks dat de box in LP-formaat is, zit er geen vinyl bij. Een flinke misser. Ik kan me niet voorstellen dat Kurt Cobain hier blij van was geworden.