Pink Floyd – The Final Cut


Overal waar je kijkt, zie je op dit moment rode klaprozen. Poppies. Het is prachtig om ze zo in het wild te zien groeien, vaak op de meest vreemde plaatsen. Sinds de Canadees John McCrae op het slagveld in 1915 het gedicht In Flanders Fields schreef, is deze bloem het symbool geworden van de herdenking der gevallenen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij maakte het gedicht naar aanleiding van de dood van zijn vriend Luitenant Alexis Helmer. Op roerende wijze beschrijft hij hoe in de velden van Vlaanderen de poppies opbloeien, tussen de rijen van houten kruizen. Behalve dat ik vaak onbewust aan dit gedicht moet denken als ik klaprozen zie, zet ik op zulke momenten ook regelmatig The Final Cut van Pink Floyd op. Hun laatste album, of moet ik zeggen het eerste van Roger Waters. De plaat wordt in 1983 gepresenteerd als een Requiem voor de naoorlogse droom en is opgedragen aan Eric Fletcher Waters. De vader van Roger Waters, die in 1944 gedurende de Tweede Wereldoorlog overlijdt. Op de hoes kom je her en der afbeeldingen van poppies tegen. The Final Cut heeft me als geheel nooit erg aangesproken. De meeste liedjes komen op mij teveel over als overblijfselen, die gedurende de opnames voor The Wall op de plank zijn blijven liggen. Gelukkig staan er een drietal juweeltjes op. Your Possible Pasts, When The Tigers Broke Free en The Fletcher Memorial Home. Van de ijzingwekkende gitaarsolo in dat laatste nummer, krijg ik nog steeds kippenvel. Terwijl ik ruim zestig jaar na D-Day langs het water fiets, zie ik overal waar ik kijk poppies. Velden en bermen staan vol met dansende klaprozen. Ondertussen herdenkt de gitaar van David Gilmour de gevallenen. Net zo overtuigend als The Last Post.

Plaats een reactie