
Drie jaar geleden krijgen The Maccabees ineens wat meer bekendheid dankzij het uitbrengen van Wall Of Arms, de opvolger van Colour It In. Waar ze op hun debuut nog zoekende zijn naar een eigen stijl, geeft Wall Of Arms wat meer houvast. Popmuziek met invloeden uit de Art-Rock en de New Wave. Het doet uitkijken naar de toekomst. Nu is er Given To The Wild. Zoals altijd zijn de kritieken wisselend. De een is laaiend enthousiast, de ander vindt het maar niks. Iedereen is het in ieder geval over een ding eens. The Maccabees zijn niet blijven hangen in de sound van hun vorige plaat. Ze zijn verder geëvolueerd. Bij eerste beluistering valt op dat er meer plaats is voor rust. Child is als een warm bad. Lekker relaxed, inclusief blazers. Daarmee niet slechter. Wel meer sophisticated. Met meer diepgang. Spannender. De composities blijven juist hierdoor beter hangen. Terwijl je nog bezig bent het album te ontdekken en je er een mening over te vormen, betrap je je keer op keer met een melodie van Given To The Wild in je hoofd. Go is daarvan een mooi voorbeeld. De single Pelican refereert nog het meest aan de muziek van het vorige album. Samen met het aanstekelijke Ayla, inclusief verslavend pianoloopje en duellerende vocalen, illustreren deze nummers dat de band prima in staat is om prachtige melodieën te fabriceren. In deze composities wordt het tempo ook weer wat opgeschroefd, om maar aan te geven dat The Maccabees een mooie balans hebben gevonden als het gaat om de samenstelling van deze release. Forever I’ve Known vat het eigenlijk mooi samen. Een bijna episch muziekstuk waarin alle ingrediënten van de plaat aan bod komen. Met Given To The Wild bewijzen The Maccabees nadrukkelijk dat je met een koerswijziging niet de mist in hoeft te gaan.