
Waar Marillion geniale albums afwisselt met gigantische zeperds, blijft IQ al jarenlang gewoon kwaliteit afleveren. Geef de mensen wat ze willen te vreten, zeggen ze wel eens. Deze band weet precies wat de fans willen, en dus krijgen ze dat. IQ blijft wat mij betreft de onbetwiste vaandeldrager van de soms zo verguisde Progressive Rock. Een genre dat sowieso de laatste jaren nieuw leven is ingeblazen door bands als Porcupine Tree en Riverside. Het album Frequency is het eerste album van IQ zonder mede-oprichter Martin Orford. Zijn vertrek is een schok voor de fans, aangezien zijn typische geluid en zijn karakteristieke spel voor een belangrijk deel de sfeer van de muziek van de band bepalen. Gelukkig weet opvolger Mark Westworth precies hoe toetsen moeten klinken op een album van IQ. Luister maar eens naar The Province. Het lijkt soms wel alsof hij de apparatuur en de samples rechtstreeks van Martin heeft overgenomen. Het album staat vol met heerlijk bombastische keyboards. Mark voegt daarnaast wat meer authentieke geluiden uit de jaren zeventig toe aan het geheel, waardoor het lijkt alsof hij veertig jaar Progressive Rock samenvat. Tel daarbij op de pompende bassen van John Jowitt, de prachtige gitaarmelodieën van Michael Holmes, het subtiel beukende tromgeroffel van Andy Edwards en de mysterieuze teksten van Peter Nicholls en je hebt wederom een dijk van een plaat van IQ. Ze weten met dit album zelfs Subterranea te evenaren. Toch geen misselijke plaat. Wie had dat na al die jaren nog gedacht. Hier kunnen bands als Yes en Marillion nog een puntje aan zuigen. Jammer dat IQ nooit echt bekend is geworden en het nog steeds moet doen met een relatief kleine, maar vaste schare van liefhebbers.