
Voor sommige albums moet je wat tijd nemen om ze tot je door te laten dringen. Dit geldt zeker voor The Suburbs van Arcade Fire. Hoewel het even heeft geduurd om een mening te vormen, is vanaf de eerste luisterbeurt duidelijk dat deze Canadese band wederom een dijk van een plaat heeft opgeleverd. Maar hoe moet je dit derde volwaardige album van hen nu duiden? Je hebt steeds de neiging om The Suburbs met hun twee voorgangers te vergelijken. Is dat wel terecht? Natuurlijk is de nieuwste release van Arcade Fire niet meer verrassend. Kan een nieuw album van Arcade Fire je nog net zo verrassen als Funeral in 2004? De band heeft zich in de loop der jaren verder ontwikkeld. Gelukkig maar. Dat was al te merken op Neon Bible en dat hoor je nu ook terug op The Suburbs. Misschien is dat wel het verrassende. Die ontwikkeling naar een nog rijker en uitgebalanceerder geluid. Volwassener. Consistenter. Minder bombastisch. Wellicht zelfs wat toegankelijker dan in het verleden. Dreigende strijkersarrangementen, luchtige pianoriedeltjes, stuwende gitaren en sporadisch in distortion gedrenkte basgitaren worden gecombineerd met prachtige melodieën, waardoor nummers als The Suburbs, Modern Man, Rococo, Deep Blue en Suburban War zich al na enkele keren beluisteren in je hoofd weten te nestelen. Naast Win Butler neemt Régine Chassagne wederom hier en daar de vocalen voor haar rekening. Onder andere in het prachtige The Sprawl. Hoezo niet meer verrassend? Arcade Fire levert hier onvervalste elektro op. En zo slaagt deze Canadese band er in om opnieuw een album vol meeslepende songs te presenteren. Een klassieker in de dop, die hoog zal eindigen in mijn jaarlijstje.