
Wat valt er nog te zeggen over Reflektor van Arcade Fire als allerlei recensisten van gerenommeerde tijdschriften er hun analyses al op los hebben gelaten om zo de achterliggende motivaties van de band van een interpretatie te voorzien? Met dank aan de afbeelding van Rodin’s Orpheus en Eurydice op de hoes? Dat het een verdomd goede plaat is? Spannend? Dapper? Bombastisch? Tegelijkertijd enorm fascinerend en boordevol goede muziek? Een logisch vervolg op het succes van The Suburbs en wederom een grote sprong voorwaarts? Dansbaarder? Daarnaast ook nog steeds episch en subtiel? Net als de vorige plaat iets toegankelijker vergeleken met het vroegere werk? Nog steeds sporadisch heerlijk obscuur? Er valt heel veel over dit meesterwerk te zeggen. Hier en daar moet je je daarvoor wel onder de oppervlakte begeven. Doe je die moeite dan valt er enorm veel te beleven en te ontdekken. Alsof de band middels een spiegel terugkijkt naar de muzikale historie, zonder de blik voorwaarts uit het oog te verliezen. Allerlei genres zijn in de blender gegooid om vervolgens omgevormd te worden tot die typische stijl van Arcade Fire met een extra sausje. Twee schijven met dertien tracks zorgen voor een luistertrip die zijn weerga niet kent. Reflektor van Arcade Fire lijkt te gaan worden wat Heroes voor David Bowie was. Een enorme stap vooruit, doordat allerlei ingrediënten naar de oppervlakte komen die altijd al in de muziek hebben gezeten. Producer James Murphy van LCD Soundsystem beïnvloedt Reflektor daardoor op eenzelfde positieve en verfrissende manier als Brian Eno pleegt te doen. Een combinatie die je ten tijde van Funeral wellicht nooit verwacht zou hebben, maar die een logische stap blijkt te zijn in de ontwikkeling van Arcade Fire.