Sigur Rós – Kveikur


Jarenlang staat het IJslandse Sigur Rós bekend als de band die een denkbeeldige wereld vol elfjes middels muziek vormgeeft. Dankzij de invloeden vanuit de Post-Rock toch altijd met een scherp randje. Op Valtari schakelen de heren een tandje terug om zich definitief over te geven aan de feeërieke wereld die ze zelf mede vorm hebben gegeven. Met de release van single Brennisteinn wordt duidelijk dat opvolger Kveikur uit een ander vaatje gaat tappen. Brennisheinn stuitert werkelijk uit de speakers. Alsof ze gevlucht zijn uit hun veilige omgeving om in de donkerste krochten van de hel te belanden. De fluwelen zangpartijen van Jónsi worden dit keer ingezet om de vreselijkste nachtmerries te bestrijden. Met behulp van elementen uit de Industrial en de Noise. Het titelnummer illustreert dit nog het meest treffend. Bijna klinkend als Swans die een bezoek brengen aan de IJslandse geisers. Hrafntinna en Yfirborð neigen wat meer naar Sigur Rós ten tijde van ( ). Door de toevoeging van tegendraadse drums en percussie toch net weer iets anders. Hraftinna is naast dreigend ook opvallend melodieus. Ísjaki is het vrolijkste nummer van de plaat. Refererend aan de stijl die ze op Með Suð Í Eyrum Við Spilum Endalaust introduceren. In het refrein zou je zweren dat je naar Mew aan het luisteren bent. Met Var wordt er in stijl en in alle rust afgesloten. Waar Valtari vorig jaar relatieve stilstand etaleerde, laat Sigur Rós met Kveikur horen dat ze zichzelf opnieuw uitgevonden hebben. Het feit dat er tussen de twee releases relatief weinig tijd ligt, lijkt aan te geven dat de heren wraak hebben willen nemen op alle criticasters die een jaar geleden geen cent meer gaven voor de toekomst van de band. In die missie zijn ze meer dan geslaagd.

Plaats een reactie