Sinéad O’Connor – I’m Not Bossy, I’m The Boss


Sinéad O’Connor verrast twee jaar geleden met de release van How About I Be Me. Persoonlijk is ze er op dat moment niet al te best aan toe. Ze schrapt een complete tournee. Vervolgens wordt het opvallend stil. In alle rust werkt ze aan zichzelf en aan nieuwe muziek. Het resultaat is I’m Not Bossy, I’m The Boss. Flink afgevallen en zelfverzekerd prijkt ze op de hoes. Met dank aan Photoshop. Op de eerste single Take Me To Church neemt ze zowel tekstueel als visueel afscheid van de persoon die begin jaren negentig Nothing Compares To U van Prince covert. Ze wil niet meer op die manier zingen en wil niet langer dat huilende meisje zijn. Alsof ze een wedergeboorte aankondigt om zo het verleden van zich af te schudden. Iedereen wordt opgeroepen om kennis te maken met de nieuwe Sinéad. Waar ze vroeger uitblonk in het creëren van dynamiek en spanning, lijkt deze plaat wat eentonig. Ze lijkt zich te richten op het creëren van gemakkelijk in het gehoor liggende liedjes. Ze voegt er door haar stem en de kritische teksten wel een scherp randje aan toe, maar de krachtige vocalen die we kennen van composities als Troy en The Last Day Of Our Acquaintance worden node gemist. Ook valt op dat Sinéad in de meeste composities vocaal met zichzelf een duel aangaat door structureel een tweede stem op de achtergrond te positioneren. Niet nieuw, maar nu verbergt het bijna op het gehele album de schoonheid en authenticiteit van haar stem. Totdat we bij Streetcars zijn aanbeland. Een prachtig ingetogen nummer, waar je luistert naar de vrouw die ons jaren geleden weet te ontroeren en te verrassen met haar vocalen in combinatie met ingetogen arrangementen. Het is helaas niet voldoende om van een geslaagde plaat te kunnen spreken.

Plaats een reactie