
Ineens stroomt mijn timeline vol met berichten over het overlijden van Lou Reed. Lang geleden zie ik hem Werchter afsluiten. Als tiener ben ik niet echt onder de indruk van de legende. Ondanks de gigantische erfenis aan muziek die hij achterlaat, staat er dan ook relatief weinig van hem in mijn platenkast. Het blijft beperkt tot het eerste album van The Velvet Underground, Transformer en een verzamelaar uit de jaren negentig. Nummers als Satellite Of Love en Caroline Says vind ik gecovered door respectievelijk U2 en Whipping Boy eigenlijk veel beter dan het origineel. Toch ben ik onder de indruk van het nieuws, omdat Lou Reed de afgelopen jaren steeds meer mijn aandacht weet te trekken. Wellicht geïnspireerd door zijn relatie met Laurie Anderson. Zo brengt hij Hudson River Wind Meditations uit. Gevuld met Ambient muziek. Eigenlijk vooral bedoeld als achtergrondmuziek bij zijn meditaties. Recentelijk draagt hij nog bij aan Peter Gabriel’s And I’ll Scratch Yours, middels een heerlijk schurende cover van Solsbury Hill. Alsof hij het experiment van Metal Machine Music uit 1975 een vervolg geeft. Ook werkt hij sporadisch met zijn vrouw samen. Het levert zowel interessante composities als indrukwekkende optredens op. Ook het project met Metallica weet hij naar zijn hand te zetten. Met wisselend resultaat. Ik zal hem echter vooral herinneren vanwege Songs For Drella. Voor het eerst sinds het uiteenvallen van The Velvet Underground werkt Lou Reed op die release weer samen met John Cale. Met zijn tweeën nemen ze een eerbetoon voor Andy Warhol op. Een meesterwerk. Toen helemaal grijsgedraaid en nu, vanwege dit moment, weer eens uit de platenkast gehaald. Om naar favoriet Open House te luisteren.