
De hoes van Seven valt me bij binnenkomst meteen op. Reden genoeg om het album te gaan beluisteren. Niet lang daarna verlaat ik met het vierde album van het Britse James de winkel. In de jaren erna blijf ik deze band uit Manchester met veel interesse volgen. Helaas nemen ze in 2001, na vijftien jaar ploeteren, afscheid met Pleased To Meet You. Wereldberoemd in Engeland, weten ze in Nederland in al die jaren slechts twee bescheiden hitjes te scoren. Blijkbaar is de rest van Europa niet klaar voor hun karakteristieke popmuziek die stevig genesteld is in de Indie. Na zeven jaar pakken ze de draad weer op. In de oorspronkelijke samenstelling brengen ze zelfs een album uit. Hey Ma gaat echter geruisloos aan mij voorbij. Sinds vorige week ligt The Night Before in de platenzaak. Dit keer kies ik ervoor om de plaat zonder te beluisteren mee te nemen. En inderdaad. Alsof ze nooit weg zijn geweest, klinkt het oude vertrouwde geluid van James weer door de speakers. Blijheid en melancholie wisselen elkaar als vanouds af. Helaas is een minder sterk punt uit het verleden ook onveranderd gebleven. De prachtigste nummers worden afgewisseld met niemendalletjes waar je niet echt enthousiast van wordt. Ook komen hier en daar weer wat zwakke teksten voorbij. Alsof ineens de inspiratie op is. Op albums als Gold Mother, Seven en Laid is er slechts sprake van een paar zeperds, maar op Millionaires en Whiplash moet je de pareltjes met een vergrootglas zoeken. Parels die wel zo mooi zijn, dat je toch neigt naar het afgeven van een voldoende voor het eindresultaat. Ook op The Night Before wisselen middelmaat en buitengewone schoonheid elkaar af. De juweeltjes hebben de overhand, waardoor ik uitkijk naar het vervolg. The Morning After.